Marxisme en Ecologie

25 04 2009

Beste klasgenoten, medestudenten, toekomstige collega’s… noem het zoals je wil.

In bijlage vinden jullie 2 teksten die ik graag met jullie zou delen. Waarom deel ik dit uit? Omdat ik niet akkoord ben met wat in de lessen ecosysteembeheer, duurzame ontwikkeling en milieu en maatschappij aan ons wordt opgedrongen. Ik verdedig een andere visie op ecologie die niet aan bod komt aan de universiteit. Onvermijdelijk houdt dit ook een politiek standpunt in. Is dit dan wel “objectief” en wetenschappelijk? Niet objectief, wel wetenschappelijk. Een “objectief” feit is immers maar een interpretatie van de werkelijkheid, m.a.w. een subjectiviteit, die op een bepaald moment als waarheid wordt beschouwd en waarover een consensus heerst tot op het punt dat die “waarheid” in vraag wordt gesteld en als subjectief wordt (h)erkend. Dit gebeurt wanneer er een andere, nieuwe “waarheid” wordt voorgesteld die de voormalige bekritiseert en een betere verklaring kan geven voor de werkelijkheid. (Zo legde Darwin het proces bloot dat de evolutie van het leven verklaart, waardoor we nu evolutie door natuurlijke selectie als een objectief feit aanzien.) Het is aan de wetenschap om telkens weer oude en nieuwe verklaringen in vraag te stellen en te vergelijken. Als toekomstige wetenschappers mogen we dan ook een andere kijk op maatschappij en ecologie niet negeren, maar moeten we ze onderwerpen aan een kritische analyse.

De eerste tekst is een artikel dat de Internationale Kommunistische Stroming (IKS) (www.internationalism.org) onlangs publiceerde in haar theoretisch blad: Internationale Revue. Het geeft een uitgesproken standpunt over het milieuvraagstuk: wat zijn de grondoorzaken voor de algemene milieuvervuiling van vandaag en welke gevolgen heeft dat in de zoektocht naar (een) oplossing(en)? Hoewel het geschreven is in 1990 blijft het heel actueel.

De tweede tekst is een hoofdstuk uit het boek van John Bellamy Foster: Ecology Against Capitalism. Het bekritiseert op een diepgaande wijze de theorieën van Malthus i.v.m. populatiedruk op hulpbronnen, die voor mij niets anders zijn dan een goedpraten van de armoede en honger op deze planeet en geen enkele bijdrage aan de wetenschap betekenen.

Aangezien ik nooit een geschikt moment vond om dit tijdens de lessen aan te kaarten en dit misschien ook niet de geschikte moment daarvoor is, lijkt het me beter lectuur mee te geven waar jullie dan mee doen wat jullie willen: lezen, weggooien, bijhouden, doorgeven… Hopelijk stimuleert het discussie. Als iemand zo gemotiveerd is om een schriftelijk antwoord te willen geven, mag dat steeds op volgende blog: https://devlam.wordpress.com.

Vriendelijke groeten,

Y.

Marxisme en Ecologie

Het kapitalisme vergiftigt de aarde

Hoe langer de kapitalistische beschaving blijft bestaan, hoe dichter ze ons brengt naar een ecologische ramp van planetaire proporties, een ramp die niet kan worden vermeden zonder de vernietiging van het kapitalisme.

De feiten zijn allemaal goed gekend en kunnen gehaald worden uit een aantal publicaties, zowel populaire als wetenschappelijke, zodat wij er hier niet in detail op zullen ingaan. Een eenvoudige lijst volstaat om de draagwijdte en de diepte van het gevaar aan te tonen: de toenemende vervalsing van het voedsel door additieven en ziektes van de veestapel; de vervuiling van de watervoorziening door het ongeremde gebruik van kunstmest en het dumpen van giftig afval; de luchtvervuiling, vooral in de grootsteden door het gecombineerde effect van industriële uitstoot en uitlaatgassen van auto’s; de bedreiging van radioactieve vervuiling vanwege de kernreactors en het lozen van afval in alle geïndustrialiseerde landen en ex-stalinistische regimes – een bedreiging die al tot een werkelijke nachtmerrie werd met de rampen in Windscale, Three Mile Island en vooral in Tsjernobil; de vergiftiging van de rivieren, de meren en de zeeën die al tientallen jaren gebruikt worden als afvalstorten van de wereld en die nu zouden kunnen leiden tot het ineenstorten van een hele complexe voedselketen en de vernietiging van organismen die een belangrijke rol spelen in de regulatie van het klimaat op de wereld; de versnelde vernietiging van de wouden in de wereld, in het bijzonder de tropische regenwouden, leidt naast de aantasting van het wereldklimaat ook tot landerosie die op zijn beurt bijdraagt tot andere rampspoed, zoals de oprukkende woestijn in Afrika en de overstromingen in Bangladesh.

Bovendien is het nu duidelijk dat de kwantiteit aan het overslaan is in kwaliteit, nu de gevolgen van de vervuiling zowel globaler als onberekenbaarder worden. Ze zijn globaal in de mate dat ieder land ter wereld er door getroffen wordt: niet alleen het geïndustrialiseerde Westen, maar ook de ‘onderontwikkelde’ Derde Wereld en de stalinistische en ex-stalinistische regimes, die zo bankroet zijn dat ze zich zelfs niet de minimale controles kunnen veroorloven die in het Westen zijn ingevoerd. Vroegere ‘socialistische’ landen zoals Polen, Oost-Duitsland en Roemenië behoren misschien wel tot de meest vervuilde ter wereld; omzeggens elke stad in Oost-Europa heeft zijn horrorgeschiedenis van lokale fabrieken die kanker, ademhalingsaandoeningen en nog andere ziekten veroorzaakten doordat dodelijk gif uitbrak, of van rivieren die ontvlammen wanneer je er een lucifer ingooit, enzovoort. Maar derdewereldsteden zoals Mexico of Curbutao in Brazilië moeten er zeker niet voor onderdoen.

Toch ligt er in deze context een ander en zelfs nog beangstigendere betekenis in het woord ‘globaal’, namelijk dat de ecologische ramp nu voelbaar het voortbestaan van het planetaire ecosysteem bedreigt. De verdunning van de ozonlaag die hoofdzakelijk het resultaat schijnt te zijn van de uitstoot van CFK-gassen is daar een duidelijk voorbeeld van, aangezien de ozonlaag al het leven op aarde beschermt tegen de dodelijke UV-straling. Het is onmogelijk om in dit stadium te zeggen wat de gevolgen van dat proces zullen zijn op lange termijn. Hetzelfde is van toepassing op het probleem van de het broeikaseffect dat nu wordt aanvaard als een werkelijke bedreiging door een groeiend aantal wetenschappelijke commissies, de meest recente die van de intergouvernementele commissie van de VN over de klimaatsverandering (IPCC). Het IPCC en andere hebben niet alleen gewaarschuwd voor massale overstromingen, droogtes en hongersnoden die er zouden kunnen uit voortvloeien als er geen betekenisvolle terugschroeving is in het huidige niveau van uitstoot van broeikasgassen, in het bijzonder koolstofdioxide, ze hebben ook gewezen op het gevaar van een ‘terugslageffect’, waarbij ieder aspect van de vervuiling en vernietiging van het leefmilieu reageert op het andere en zo en onomkeerbare spiraal van rampen op gang kan brengen.

Het is eveneens overduidelijk dat de klasse, wier systeem die puinhoop heeft veroorzaakt, er niet toe in staat is om er iets aan te verhelpen. Natuurlijk hebben bijna alle verlichte geesten van de bourgeoisie zich de laatste jaren op miraculeuze wijze bekeerd tot de zaak van de redding van het leefmilieu. De supermarkten puilen uit van goederen die aanprijzen hoe vrij ze wel zijn van kunstmatige additieven; cosmetica, detergenten en luiermerken wedijveren met elkaar om te bewijzen hoeveel respect zij hebben voor de ozonlaag, de lucht en de rivieren. En de politieke leiders van Thatcher tot Gorbatchov hebben het er steeds meer over hoe wij allen de handen in elkaar moeten slaan om de bedreigde planeet te beschermen.

Zoals gewoonlijk kent de schijnheiligheid van deze klasse van gangsters geen grenzen. De werkelijke bezorgdheid van de bourgeoisie voor het redden van de planeet kan worden afgemeten aan wat ze van plan is te doen. Zij maakt bijvoorbeeld veel poeha over de recente ozonconferentie in Londen, waar de belangrijkste landen ter wereld, en daarbij inbegrepen de tegensputterende reuzen van de Derde Wereld zoals India en China, tot een overeenkomst kwamen om de CFK’s uit te bannen tegen het jaar 2000. Maar dit betekent dat er in de komende 20 jaar nog eens 20 procent van de ozonlaag zou kunnen vernietigd worden. Tijdens die periode zou een volume ozon verdwijnen dat gelijk is aan de helft van het totale ozonvolume dat sinds de uitvinding van de CFK’s verdween.

Het is nog erger wanneer wij het hebben over het broeikaseffect. De VS-administratie heeft de uitdrukking ‘globale opwarming’ gebannen uit al haar officiële communiqués. En de landen die op papier de voorspellingen van het IPCC aanvaarden, hebben zich er slechts toe verbonden om de koolstofuitstoot te stabiliseren op het huidige niveau, niets meer dan dat. En vooral hebben ze geen ernstige strategie voor het verminderen van de afhankelijkheid van hun economieën van fossiele brandstoffen, noch voor het wagenpark van privéauto’s, die de grootste bijdrage leveren tot het broeikaseffect. Er wordt niets gedaan aan het tegenhouden van de vernietiging van de regenwouden en dat leidt zowel tot de opeenhoping van broeikasgassen als tot de vermindering van de capaciteit van de planeet om ze te absorberen: het eigen Actieplan voor de Tropische Wouden (Tropical Forest Action Plan) van de VN wordt helemaal gedomineerd door de houtvesterbedrijven. En, terzijde gezegd, zou het kaalslaan van de regenwouden door houtvesters, veetelers en industriële belangen, zowel als door hongerende boeren die wanhopig op zoek zijn naar land en brandstof, alleen kunnen gestopt worden indien de Derde Wereld plotseling zou bevrijd worden van de massale last van schulden en armoede. Wat de plannen betreft van het bouwen van verdediging tegen overstromingen of het voorkomen van hongersnood, kan de bevolking van de meest bedreigde landen zoals Bangladesh dezelfde soort ‘hulp’ verwachten als werd verleend aan de bewoners van de aardbevingszones op de wereld, of aan de slachtoffers van de droogtes in Afrika.

Het antwoord van de bourgeoisie op al deze problemen belicht dat het juist de structuur is van het systeem die de bourgeoisie niet in staat stelt om met de ecologische problemen, die het systeem heeft veroorzaakt, in het reine te komen. Globale ecologische  problemen vereisen globale oplossingen. Maar ondanks alle internationale conferenties, ondanks al het vroom gezwets over internationale samenwerking, is het kapitalisme onlosmakelijk gebaseerd op de wedijver tussen de nationale economieën. Zijn onvermogen om te komen tot een werkelijk niveau van globale samenwerking wordt vandaag nog erger gemaakt door het ineenzijgen van de oude blokstructuren en het afglijden van het systeem in een oorlog van allen tegen allen. De verdieping van de economische wereldcrisis die het Russische blok op de knieën dwong, zal de wedijver en de nationale rivaliteiten nog verergeren. Dit betekent dat ieder bedrijf en ieder land met een steeds toenemende onverantwoordelijkheid zal optreden bij het scharrelen als gekken voor het economisch overleven.

Welke ook de kleine toegevingen zijn die gemaakt worden uit milieubezorgdheid, toch zal de overheersende trend neerkomen op het door het raam keilen van de controles voor gezondheid, veiligheid en vervuiling. Dit is al eerder het geval geweest in het laatste decennium dat een scherpe stijging had laten optekenen van het aantal industriële en transportrampen als resultaat van verwoede kostenbesparingen in het licht van de economische crisis. Naarmate de handelsoorlog tussen de naties verhit, kunnen de zaken enkel verergeren.

Wat meer is, het ieder-voor-zich zal het gevaar verhogen op lokale militaire conflicten in streken waar de arbeidersklasse te zwak is om deze te verhinderen. Nu deze conflicten niet langer worden afgeremd door de discipline van de oude imperialistische blokken, lopen ze een veel groter risico op het ontbranden van de horrors van chemische en zelfs van kernoorlogen op een ‘lokale’ schaal, die miljoenen zou afslachten en de atmosfeer van de planeet verder zou vergiftigen. Wie kan er aannemen dat, gegrepen door een aanzwellende spiraal van chaos en verwarring, de bourgeoisie van de wereld op een harmonieuze wijze zou gaan samenwerken om de bedreiging van het leefmilieu aan te pakken? Als de ecologische moeilijkheden – dalende watervoorzieningen, overstromingen, twisten over vluchtelingen, enz. – een effect hebben, zal het de opdrijving van lokale imperialistische spanningen zijn. De bourgeoisie is zich daarvan reeds bewust. Zoals de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Boutros Ghali het recent nog stelde: “de volgende oorlog in onze regio zal draaien rond de waters van de Nijl, niet over politiek”.

In de huidige fase van voortschrijdende ontbinding verliest de heersende klasse in toenemende mate de controle over haar sociaal systeem. De mensheid kan het zich niet langer veroorloven om het lot van de planeet in de handen van de bourgeoisie te laten. De ‘ecologische crisis’ is een verder bewijs dat het kapitalisme moet vernietigd worden vooraleer het de hele wereld meesleept naar de afgrond.

De ideologische vervuiling

Maar ook al is de bourgeoisie niet in staat om de schade te herstellen die zij heeft toegebracht aan de planeet, toch zal zij niet aarzelen om ecologische thema’s te misbruiken als voer voor haar misleidingcampagnes die gericht zijn tegen de enige kracht die iets kan doen tegen het probleem – de arbeidersklasse.

Het ecologische vraagstuk is op dit vlak ideaal. Dat is de reden waarom de bourgeoisie weinig pogingen doet om de ernst van het probleem te verdoezelen (en zelfs een lichte aandikking toestaat als het van pas komt). Steeds maar weer wordt ons wijsgemaakt dat problemen, zoals dat van de ozonlaag, of de globale opwarming, ‘ons allen treffen’, dat ze ‘geen onderscheid maken’ voor kleur, klasse of land. En het is waar dat de vervuiling, zoals andere aspecten van de ontbinding van de kapitalistische maatschappij (drugsverslaving, criminaliteit, enz.), alle klassen van de maatschappij treft (ook al zijn het gewoonlijk de meest onderdrukten die er het meest onder lijden). Welke betere basis kon er bestaan voor het oplossen van het proletariaat, door het zijn eigen klassebelangen te doen vergeten, door het mee te sleuren in een amorfe massa waar er geen onderscheid meer is tussen arbeiders, winkeliers… of de heersende klasse zelf? De constante ideologische muur over het leefmilieu is dus een complement van alle campagnes over democratie en ‘volksmacht’ die werden ontketend na de val van het Oostblok.

Laten we kijken hoe zij de ecologische thema’s verdraaien om ze aan hun noden aan te passen. Deze problemen zijn zo afschrikwekkend, zo dringend, zeggen zij, dat ze zeker belangrijker zijn dan jouw eigen egoïstische strijd voor hogere lonen of tegen baanverlies, ja toch? Inderdaad, zijn de meeste van deze problemen niet te wijten aan het feit dat de arbeiders in de ontwikkelde landen ‘te veel consumeren’? Zouden zij niet bereid moeten zijn om minder vlees te eten, minder energie te verbruiken, of zelfs deze of gene bedrijfssluiting te aanvaarden ‘in het belang van de planeet’? Bestaat er een beter excuus voor de opofferingen die de crisis van de kapitalistische economie vereist?

En dan zijn er nog al de argumenten ter ondersteuning van de mythologie van de ‘hervormingen’ en de ‘realistische verandering’. Het is zeker dat er nu iets kan worden gedaan, zeggen zij. Zouden wij dan niet uitkijken naar een verkiezingskandidaat die de beste ecologische politiek voorstelt? Welke partij belooft het meest te zullen doen voor het leefmilieu? Bewijzen de betrokkenheid van Gorbatchov of Mitterand of Thatcher niet dat politici wel degelijk ingaan op druk vanuit het volk? Bewijzen de experimenten met energiebesparing, met zonne-energie of windkracht, die verschillende ‘verlichte’ regeringen zoals in Zweden of Nederland vandaag uitvoeren, dat de verandering enkel een zaak is van goede wil en aanpak vanwege de politici, gecombineerd met de druk van onderop door de burgers? Bewijst de overgang naar milieuvriendelijke producten niet dat de grote bedrijven werkelijk kunnen worden beïnvloed door ‘consumentenactie’?

En als al deze ‘hoopvolle’ en ‘positieve’ benaderingen niet kunnen overtuigen, dan kan de bourgeoisie toch nog gebruik maken van de gevoelens van hulpeloosheid en ontreddering die alleen versterkt kunnen worden wanneer de geïsoleerde burger uit zijn venster kijkt en ziet hoe een hele wereld wordt vergiftigd. Als de bourgeoisie er niet in slaagt om de uitgebuitenen te laten geloven in haar leugens, dan betekent een geatomiseerde arbeidersklasse tenminste geen bedreiging voor het systeem.

De valse alternatieven van de ‘Groenen’

Maar in de laatste tien jaar is er een nieuwe politieke kracht op het toneel gekomen – één die beweert op te komen voor een radicale benadering die de verdediging van het leefmilieu boven alle andere beschouwingen stelt: de Groenen. In Duitsland zijn zij een kracht geworden waarmee rekening moest worden gehouden in het nationale politieke leven. In Oost-Europa zijn de ecologische groepen sterk vertegenwoordigd in de democratische oppositie die in de bres gesprongen zijn, die werd opengelaten met de ineenstorting van het Stalinisme. Groene partijen en drukkingsgroepen komen op in het merendeel van de ontwikkelde landen en zelfs in de Derde Wereld.

Maar de Groenen maken ook deel uit van het rottende kapitalisme. Het spreekt voor zich als je kijkt naar de Groenen in Duitsland: zij zijn een respectabele parlementaire partij geworden, met talrijke zetels in de nationale Bondsdag en bekleden verschillende verantwoordelijke posten in lokale en regionale regeringen. De openlijke integratie van de Groenen in de kapitalistische normaliteit werd enkele jaren geleden gesymboliseerd door het feit dat de ‘buiten-parlementaire’, anarchistische rebel van 1968, Daniel Cohn Bendit (herinner je de slogan ‘Elections, piège à cons’ [Verkiezingen, valstrik voor het klootjesvolk]) zelf parlementslid werd in het Duitse parlement, en zelfs zijn verlangen te kennen gaf om minister te worden. In de Bondsdag nemen de Groenen deel aan alle smerige manoeuvres die typisch zijn voor de burgerlijke partijen – nu eens treden zij op als een rem om de SPD in de oppositie te houden, dan weer vormen zij een bondgenootschap met de sociaal-democraten tegen de heersende CDU.

Het is waar dat de Groenen verdeeld zijn over een ‘realistische’ vleugel die tevreden is met de aandacht in de parlementaire arena, en een ‘puristische’ vleugel die meer radicale, buitenparlementaire vormen van actie ondersteunt. En veel van de aantrekkingskracht van de Groene partijen en de drukkingsgroepen ligt in het feit dat zij inspelen op het wantrouwen van de bevolking tegenover bureaucratische centrale regeringen en parlementaire corruptie. Als alternatief bieden zij campagnes aan tegen lokale gevallen van vervuiling, spectaculaire proteststunts van het type waarin Greenpeace gespecialiseerd is, marsen en betogingen, terwijl zij oproepen tot de decentralisatie van de politieke macht en ‘burgerinitiatieven’ van allerlei slag. Maar geen van deze activiteiten stappen buiten de krijtlijnen van de algemene campagnes van de bourgeoisie. Integendeel, ze dienen om te verzekeren dat deze campagnes diep doordringen in de bodem van de maatschappij.

De ‘radicale Groenen’ zijn de kampioenen van het interklassisme. Zij richten zich tot het ‘verantwoordelijke individu’, tot de ‘lokale gemeenschap’, tot het goede geweten van de mensheid in het algemeen. De acties die zij opzetten proberen alle burgers te mobiliseren, ongeacht hun klasse, in de strijd tegen de vervuiling. En wanneer zij de bureaucratie en de laksheid van een centrale regering bekritiseren, is het alleen met de bedoeling om een visie van ‘lokale democratie’ voorop te stellen die naar inhoud even burgerlijk is.

Zij zijn niet minder ijverig in hun steun aan de reformistische illusie. De acties die zij organiseren zijn er onveranderlijk op gericht om ondernemingen of regeringen meer verantwoordelijk, properder, ‘groener’ te maken. Slechts één voorbeeld: een pamflet van ‘Friends of the Earth’ legt uit hoe de schuld van de Derde Wereld leidt tot de vernietiging van de regenwouden. Wat is dan de oplossing? De westerse banken “zouden alle schulden moeten liquideren van de armste landen in de wereld, en de schulden verminderen van de andere grote schuldenlanden met minstens de helft. Zij kunnen zich dit nu permitteren.” En hoe zullen de banken ervan overtuigd worden om dat te doen? “De banken zullen niet bewegen tenzij hen wordt aangetoond hoe erg hun klanten begaan zijn met dit thema. Je cheques afstempelen met ‘Delg de schuld niet het regenwoud’ en door het opnemen van een ‘Schuld Gelofte’ zijn twee krachtige manieren om hen te tonen hoe jij je voelt.

De Groenen nodigen ons dus uit om geloof te hechten aan de doeltreffendheid van de ‘consumentenmacht’ en in de mogelijkheid om een beroep te doen op de goede inborst van de rijken die zich er niet om bekommeren dat ze miljoenen mensen veroordelen tot de hongerdood enkel door het versluizen van hun kapitaal van het ene land naar het andere. Het komt op hetzelfde neer wanneer de Groenen hun blauwdruk voorstellen voor de toekomst: een wereld waar kleine ecologische ondernemingen nooit ontaarden in de roofzuchtige kapitalistische reuzen, een pacifistische visie van één natie die praat tot een andere natie, kortom, een vriendelijk, zorgzaam, pacifistisch, onmogelijk kapitalisme.

Maar er zijn ook stromingen in of rond de groene beweging, die beweren radicaler te zijn dan dit, die eigenlijk het kapitalisme bekritiseren en het zelfs hebben over revolutie. Sommigen onder hen zijn zo radicaal dat zij beweren dat het marxisme niet meer is dan de andere zijde van de kapitalistische ‘megamachine’. Kijk naar de regimes in Oost-Europa, zeggen zij: het is een logisch resultaat van de verering van het marxisme voor de ‘vooruitgangstechnologie’, voor de industrie. Geïnspireerd door ‘denkers’ zoals Baudrillard, kunnen zij zelfs in een heel ingewikkelde taal uitleggen dat marxisme slechts één van de andere ‘productivistische’ ideologieën is (hier werden ze vervoegd door berouwvolle Stalinisten zoals Martin Jacques, die op een recente conferentie van de ineenstortende Britse CP, beweerde dat “men het feit niet kon ontwijken dat de marxistische traditie in de kern productivistisch is… de onderwerping van de natuur, de productiekrachten, de inzet voor de economische groei”). Anarcho-primitivisten zoals de ‘Fifth Estate’, uitgegeven in Detroit, roepen op tot niets minder dan het uitroeien van de industrieel-technologische maatschappij en een terugkeer naar een primitief communisme. De ‘onwrikbare ecologisten’ van ‘Earth First’ gaan nog verder: voor hun ideologen ligt het probleem niet enkel in de industriële maatschappij of beschaving, maar in de mens zelf…

Marxisme tegen de groene misleidingen

De notie dat een abstracte entiteit, ‘mens’ genoemd, verantwoordelijk zou zijn voor de huidige ecologische puinhoop blijft niet beperkt tot een paar esoterische groene ideologen; het is in feite een wijdverspreid cliché. Maar in beide gevallen is het een idee dat enkel kan leiden tot wanhoop, want als de menselijke wezens zelf het probleem vormen, hoe kunnen menselijke wezens er dan een oplossing voor vinden? Het is niet toevallig dat sommigen onder de ‘onwrikbare ecologisten’ AIDS hebben verwelkomd als een noodzakelijke agent om in de wereld het teveel aan mensen weg te snoeien…

Het standpunt van de anarcho-primitivisten leidt tot dezelfde sombere gevolgtrekkingen. ‘Tegen de technologie’ zijn, is ook tegen de mensheid zijn. De mens heeft zichzelf geschapen via de arbeid, en “arbeid begint met het maken van gereedschap”. De logica van het anti-technologisch standpunt is te proberen om terug te gaan tot het voor-menselijk verleden toen de natuur nog ongerept was, wars van het geratel van de menselijke activiteit: “Samengevat zien we dat de dieren hun omgeving slechts gebruiken en daarmee veranderingen aanbrengen omwille van hun aanwezigheid. De mensen brengen wijzigingen aan die nuttig zijn voor zichzelf, ze beheersen de omgeving. Dat is het essentiële verschil tussen de mens en andere dieren, en eens te meer is het de arbeid die leidt tot dit verschil.

Maar zelfs als de anti-technologisten tevreden zouden zijn om terug te keren naar het cultuurstadium van de jagers-verzamelaars, zou het resultaat hetzelfde zijn, aangezien de materiële voorwaarden van een dergelijke maatschappij een wereldbevolking vooronderstelde van niet meer dan een paar miljoen. Deze voorwaarden zouden enkel kunnen worden vervuld door een selectieve eliminatie van menselijke wezens, iets waarop het kapitalisme ons in zijn doodsstrijd al voorbereidt. Aldus worden deze radicale ecologisten – producten van een ontbindende kleinburgerij die geen historische toekomst heeft en alleen kan terugblikken op een geïdealiseerd verleden – gerekruteerd als theoretici en apologeten voor een afdaling in de barbarij die al een flinke vaart heeft genomen.

Tegen deze nihilistisch ideologieën stelt het marxisme, als uitdrukking van het standpunt van de enige klasse die heden een toekomst heeft, dat de huidige ecologische nachtmerrie niet kan uitgelegd worden door terug te vallen op categorieën als de mens, de technologie of de industrie op een totaal vage en ahistorische manier. De mens bestaat niet buiten de geschiedenis, en de technologie kan niet gescheiden worden van de sociale relaties waarin ze zich ontwikkeld heeft. De interactie van de mens met de natuur kunnen alleen begrepen worden in hun werkelijk historisch en sociaal verband.

De mensheid leeft al honderdduizenden jaren op deze planeet – voor het merendeel in het stadium van het primitieve communisme van de jager-verzamelaargemeenschappen waar er een stabiel evenwicht was tussen mens en natuur, een feit dat weerspiegeld werd in de mythen en rituelen van de primitieve volkeren. De ontbinding van deze archaïsche gemeenschap en de opkomst van de klassenmaatschappij, een kwalitatieve stap in de vervreemding van de mensheid, bepaalde ook nieuwe vervreemdingen tussen mens en natuur. De eerste gevallen van extensieve ecologische vernietiging vallen samen met de eerste stadsstaten. Er is aanzienlijk bewijsmateriaal dat het echte ontbossingproces dat beschavingen zoals de Sumerische, de Babylonische, de Singalese en andere toestond om zich te ontwikkelen op basis van grootschalige landbouw ook, op langere termijn, een aanzienlijke rol speelde in hun verval en hun verdwijning.

Maar dit waren lokale, beperkte verschijnselen. Voorafgaand aan het kapitalisme waren alle beschavingen gebaseerd op een ‘natuureconomie’: het gros van de productie was nog altijd gericht op de onmiddellijke consumptie van gebruiksgoederen, ook al werd er in tegenstelling tot de primitieve maatschappij een groot deel onteigend door de heersende klasse. Kapitalisme daarentegen is een systeem waarbij al de productie wordt gericht op de markt, naar de uitgebreide reproductie van de ruilwaarde. Het is een sociale formatie die veel dynamischer is dan enig ander voorafgaand systeem en zijn dynamiek dwong het om meedogenloos te streven naar de schepping van de wereldmarkt. Maar het werkelijke dynamisme en de globale aard van het kapitalisme betekent dat het probleem van de ecologische vernietiging nu uit de pan gerezen is tot een planetair niveau. Want het is niet het marxisme, maar het kapitalisme dat ‘in zijn wezen productivistisch’ is. Gedreven door de wedijver, door de anarchistische rivaliteit van de kapitalistische eenheden die vechten voor de controle van de markt, gehoorzaamt het aan de innerlijks drang om uit te breiden tot zijn verst mogelijke grenzen. En in deze meedogenloze drang om zichzelf uit te breiden kan het geen pauze houden om acht te slaan op de gezondheid, het welzijn van de producenten of de toekomstige ecologische gevolgen van hoe en wat het produceert. Het geheim van de huidige ecologische vernietiging is te vinden in het geheim van de kapitalistische productie: “Accumuleert, accumuleert. Dat is zijn Mozes en zijn profeten (…) De accumulatie om de accumulatie, de productie om de productie (…)”.

Het probleem achter de ecologische ramp is dus niet de ‘industriële maatschappij’ abstract genomen, zoals zo vele ecologisten beweren: de enige industriële maatschappij die tot nog toe heeft bestaan is het kapitalisme. Dit omvat natuurlijk ook de stalinistische regimes, die een werkelijke karikatuur zijn van de kapitalistische onderschikking van de consumptie aan de accumulatie. Diegenen die het marxisme de ecologische vernietiging in Oost-Europa verwijten, lenen hun stem aan het geroep van de bourgeoisie over het ‘bankroet van het communisme’, dat volgde op de ineenstorting van het imperialistische Oostblok. Het probleem berust niet in deze of gene vorm van het kapitalisme, maar in de wezenlijke mechanismen van een maatschappij die niet in bewuste harmonie groeit met de noden van de mens en met de natuur, door Marx het ‘anorganisch lichaam’ van de mens genoemd, maar zich ontwikkelt ‘om te ontwikkelen’.

Maar het ecologisch probleem heeft ook zijn specifieke geschiedenis binnen het kapitalisme. Reeds in de bloeiperiode, hadden Marx en Engels veel gelegenheden om de manier aan te klagen waarop de dorst naar winst van kapitalisme, de levens- en werkomstandigheden van de arbeidersklasse vergiftigde. Zij meenden zelfs dat de industriële grootsteden reeds te groot geworden waren om als basis te dienen voor leefbare menselijke gemeenschappen en beschouwden de “opheffing van de scheiding tussen stad en platteland” als een integraal deel van het communistische programma (beeld je even in wat zij zouden gezegd hebben over de megasteden van de 20e eeuw…).

Maar het is in wezen in het huidige tijdperk van het kapitalisme, het tijdperk dat sinds 1914 door de marxisten gedefinieerd werd als dat van het verval van deze productiewijze, dat de genadeloze vernietiging van het leefmilieu een andere schaal en kwaliteit aanneemt, terwijl het tezelfdertijd elke historische rechtvaardiging verliest. Dit is het tijdperk waarin alle kapitalistische naties gedwongen worden om met elkaar te wedijveren op een oververzadigde wereldmarkt. Het is dus een tijdperk van permanente oorlogseconomie, met een onevenredige groei van de zware industrie, een tijdperk dat wordt gekenmerkt door de irrationele, verspillende verveelvoudiging van de industriële complexen binnen elke nationale entiteit, door de radeloze plundering van natuurlijke grondstoffen door iedere natie bij hun poging om te overleven in de genadeloze concurrentie van de wereldmarkt. De gevolgen van dit alles voor het leefmilieu zijn glashelder. De verheviging van de ecologische problemen kan worden afgemeten aan de verschillende fasen in het kapitalistische verval. De belangrijkste toename van de uitstoot van koolstofdioxide heeft plaatsgevonden in de 20e eeuw, met een aanzienlijke stijging sinds de jaren 1960. CFK’s werden pas uitgevonden in de jaren 1930 en zijn sindsdien slechts intensief gebruikt tijdens de laatste tientallen jaren. De opkomst van de megasteden is een verschijnsel van na de Tweede Wereldoorlog, net zoals de ontwikkeling van vormen van landbouw die niet minder milieuonvriendelijk waren dan de meeste vormen van industrie. De waanzinnige vernietiging van de regenwouden heeft plaatsgevonden in dezelfde periode en vooral tussen 1980 en 1990: het tempo is toen waarschijnlijk verdubbeld.

Wat wij vandaag zien is de opeenhoping van tientallen jaren van ongeplande, verspillende, irrationele economische en militaire activiteit door het kapitalisme in verval. De kwalitatieve versnelling van de ecologische crisis tijdens de voorbije tien jaren ‘valt samen’ met de ingang van de eindfase van het  kapitalistisch verval – de fase van de ontbinding. Daarmee bedoelen wij dat na 20 jaar van diepgaande en steeds verslechterende economische crisis, waarin geen van de beide bepalende sociale krachten in staat zijn geweest om hun historisch alternatief van wereldoorlog of wereldrevolutie door te drijven, de hele sociale orde is beginnen spaak lopen, om af te stevenen op  een ongecontroleerde neergaande spiraal van chaos en vernietiging.

Het kapitalistische systeem vormt al lang geen enkele vooruitgang meer voor de mensheid. De rampzalige ecologische gevolgen van zijn ‘groei’ sinds eind 1945 tonen eens te meer aan dat deze groei heeft plaatsgevonden op een ziekelijke, vernietigende grondslag, en betekent een klap in het gezicht van alle ‘experts’ – waarvan sommige jammer genoeg nog te vinden zijn in de proletarische politieke beweging – die op deze groei wijzen om de marxistische notie van het verval van het kapitalisme te bestrijden.

Maar dit betekent niet dat marxisten – in tegenstelling tot de bourgeoisie van vandaag, en al haar kleinburgerlijke aanhangsels – de notie van vooruitgang opgeven of enige toegevingen doen aan de anti-technologische vooroordelen van de radicale ’Groenen’.

De marxistische opvatting van vooruitgang was nooit dezelfde als de burgerlijke eenzijdige, lineaire notie van een gestage opgang van primitieve duisternis en bijgeloof naar het licht van moderne rede en democratie. De marxistische opvatting is een dialectische visie die erkent dat er historische vooruitgang heeft plaatsgevonden doorheen de botsing van de tegenstellingen, dat dit rampen met zich heeft meegebracht en zelfs teruggang, dat het voortschrijden van de beschaving ook de verfijning van de uitbuiting en de verergering van de vervreemding onder de mensen en tussen mens en natuur betekende. Maar het erkent ook dat het feit dat de mens in toenemende mate in staat is om de natuur om te vormen doorheen de ontwikkeling van zijn productiekrachten, om de onbewuste processen van de natuur onder zijn eigen bewuste controle te brengen. Dit vormt de enige basis om deze vervreemding te overstijgen en te komen tot een hogere vorm van gemeenschap dan het beperkte communisme van de primitieve tijden, d.w.z. een wereldwijde gemeenschap die niet zal gebaseerd zijn op grond van schaarste en de onderwerping van het individu aan het collectief, maar op een ongezien niveau van overvloed dat “de materiële voorwaarden zal verschaffen voor de totale, universele ontwikkeling van de productiekrachten van het individu” (Marx, ‘Grundrisse’). Door het scheppen van de materiële basis voor de globale mensengemeenschap, vertegenwoordigde het kapitalisme een onmetelijke stap vooruit ten opzichte van de natuureconomieën die er aan voorafgingen.

Vandaag is de notie van het ‘controleren’ van de natuur smerig vertekend door de ervaring van het kapitalisme, die de gehele natuur simpelweg heeft behandeld net zoals elke andere waar, als een levenloze zaak, als iets dat wezenlijk buiten de mens staat. Tegen dit gezichtspunt – maar ook tegen de passieve natuurverering die overheerst bij vele van de Groenen van vandaag – definieerde Engels het communistisch standpunt als volgt:

Bij ieder stap worden wij er aan herinnerd dat wij op geen enkele wijze heersen over de natuur als een veroveraar over een vreemd volk, als iemand die buiten de natuur staat – maar dat wij, met vlees, bloed en hersens, deel uitmaken van de natuur, en er middenin bestaan, en dat al onze kunde er in bestaat dat wij een voordeel hebben over alle andere schepsels, van in staat te zijn tot het leren begrijpen van zijn wetten en ze correct toe te passen.

In werkelijkheid laat het kapitalisme vandaag blijken dat, ondanks alle zogenaamde ‘veroveringen’, zijn controle over de natuur neerkomt op de ‘controle’ van een leerling-tovenaar, niet van de tovenaar zelf. Het heeft de grondvesten gelegd voor het werkelijk bewust beheersen van de natuur, maar zijn echte werkwijze verandert al deze verworvenheden om tot rampen. Zoals Marx het neerschreef:

“Aan eenzelfde ritme waarmee de mensheid de natuur beheerst, schijnt de mens meer en meer onderworpen te worden aan de andere mensen of aan zijn eigen laagheid. Zelfs de helderheid van de wetenschap wordt aan het oog onttrokken, tenzij tegen een zwarte achtergrond van onwetendheid. Al onze uitvindingen en vooruitgang schijnen uit te monden in een poging om materiële krachten een soort intellectueel leven te geven, en het menselijk leven daarentegen te reduceren tot een materiële kracht.”

Vandaag heeft deze tegenspraak het punt bereikt waarbij de mensheid op een tweesprong staat op de weg van de geschiedenis en voor de keuze staat tussen aan één kant de bewuste controle over zijn eigen sociale en productieve krachten, en dus van een ‘correcte toepassing’ van de natuurwetten, en aan de andere kant de vernietiging aan de hand van juist die krachten die hij zelf op gang heeft gebracht. Met andere woorden de keuze tussen communisme of barbarij.

Alleen de proletarische revolutie kan de planeet redden

Als het communisme het enige antwoord is op de ecologische crisis, dan is de arbeidersklasse de enige kracht die een communistische maatschappij kan creëren. Net zoals bij de andere aspecten van de ontbinding van de kapitalistische maatschappij belicht de bedreiging van het leefmilieu dat hoe langer het proletariaat zijn revolutie uitstelt, hoe groter het gevaar wordt dat de revolutionaire klasse uitgeput en ondermijnd raakt, en dat het hele verloop naar vernietiging en chaos een punt bereikt waarna geen weg terug is. Dat zou zowel de strijd voor de revolutie als de opbouw van een nieuwe maatschappij tot een onmogelijke taak maken. Dus in zoverre als het de toenemende dringendheid van de communistische revolutie onderstreept, zal een besef van de diepte van de huidige ecologische problemen een rol spelen in de overgang van de proletarische strijd van een defensief, economisch niveau naar een niveau van een bewuste politieke strijd tegen het kapitaal in zijn geheel.

Maar het zou een misvatting zijn om te denken dat het ecologisch thema op zich vandaag een focus zou kunnen worden voor de mobilisering van het proletariaat op zijn eigen klassenterrein. Alhoewel bepaalde beperkte aspecten van het probleem (bijvoorbeeld de gezondheid en veiligheid op het werk) geïntegreerd kunnen worden in waarachtige klasse-eisen, laat het thema als dusdanig het proletariaat niet toe om zichzelf op te werpen als een onderscheiden sociale klasse. Integendeel, zoals wij gezien hebben, verschaft het aan de bourgeoisie een ideaal voorwendsel voor inter-klassistische campagnes. En de arbeiders zullen actief weerstand moeten bieden aan de pogingen van de bourgeoisie, in het bijzonder van de groene en linkse elementen ervan, om het thema te misbruiken als een middel om hen af te leiden van hun eigen klassenterrein. Het blijft nog altijd zo dat de arbeiders vooral in de strijd tegen de gevolgen van de economische crisis – loonsdalingen, werkloosheid, toenemende verarming op alle niveaus – in staat zullen zijn om zichzelf om te vormen tot een kracht die de hele burgerlijke orde kan te lijf gaan.

De arbeidersklasse zal slechts in staat zijn om het ecologisch thema aan te pakken in zijn geheel nadat zij de politieke macht heeft veroverd op wereldvlak. Het is overduidelijk dat dit één van de meest dringende taken zal worden van de overgangsperiode. Het is in ieder geval nauw verbonden met andere dringende problemen zoals de honger in de wereld en het herorganiseren van de landbouw.

We kunnen hier geen gedetailleerde discussie starten over de maatregelen die het proletariaat zal moeten nemen, zowel voor wat betreft het opruimen van de puinhoop die is achtergelaten door het kapitalisme, als de stap vooruit naar een kwalitatieve nieuwe verhouding tussen mens en natuur. Hier willen wij slechts één punt aanstippen: de problemen van een triomferend proletariaat zullen niet fundamenteel technisch zijn, maar politiek en sociaal van aard.

De bestaande technische en industriële infrastructuur is diepgaand verwrongen door de irrationaliteit van de kapitalistische ontwikkeling in dit tijdperk. En het leidt geen twijfel dat een zeer aanzienlijk deel ervan zal moeten worden vernietigd als voorwaarde voor het opbouwen van een productiebasis die geen bedreiging meer zal vormen voor het natuurlijk leefmilieu. Op het zuiver technisch niveau zijn er echter al een heel aantal alternatieven of zouden er kunnen worden ontwikkeld als er genoeg in wordt geïnvesteerd. Het is bijvoorbeeld al mogelijk in de elektriciteitscentrales die koolwaterstoffen verbranden, het merendeel van de uitstoot aan koolstofdioxide en andere schadelijke stoffen te elimineren door doeltreffend gebruik te maken van bijna 100% van het geproduceerde afvalmateriaal. Evenzo is het reeds mogelijk om vele andere alternatieve energiebronnen te ontwikkelen: zonne-energie, windkracht, golfkracht, enz., die hernieuwbaar zijn en bijna vrij van vervuiling. Er zitten ook enorme mogelijkheden in het proces van kernfusie, die vele van de problemen zou kunnen vermijden die verbonden zijn aan de kernsplitsing.

Het kapitalisme heeft reeds zijn technische capaciteiten ontwikkeld tot op het punt waarop het probleem van de vervuiling zou kunnen worden opgelost. Maar het feit dat het werkelijke probleem van sociale aard is, wordt belicht door de vele gevallen waarbij de eigen korte termijn politiek en de militaire belangen van het kapitalisme het niet toestonden om niet vervuilende technologieën te ontwikkelen. Wij weten bijvoorbeeld dat na de tweede wereldoorlog de Amerikaanse olie-, gas- en elektriciteitsindustrieën een campagne hebben opgezet om de ontwikkeling van zonne-energie te verdringen; wij vernamen onlangs dat de Britse regering meewerkte aan een rapport dat sleutelde aan de schema’s om te bewijzen dat kernenergie goedkoper was dan golfkracht; de automobielindustrie heeft lang de weg geblokkeerd voor de ontwikkeling van minder vervuilende vormen van transport, enzovoort.

Maar de vraag ligt dieper dan de bewuste politiek van deze of gene regering of industrie. Zoals wij hebben gezien, ligt  het probleem in de basiswerking van de kapitalistische productiewijze, en het kan enkel worden opgelost door het aanvallen van deze productiewijze in zijn werkelijke wortels.

Het kapitaal vernietigt lichtzinnig het natuurlijk leefmilieu omdat het moet groeien om te groeien; het enige antwoord is dus het afschaffen van het beginsel van de kapitalistische accumulatie, niet voor de winst te produceren, maar om de menselijke behoeften te bevredigen. Het kapitalisme verwoest de natuurlijke hulpbronnen, omdat het opgedeeld is in concurrerende nationale eenheden, omdat het fundamenteel chaotisch is en omdat het produceert zonder te denken aan de toekomst. Het enige antwoord is dat van de afschaffing van de natiestaat, het gemeenschappelijk maken van de menselijke en natuurlijke hulpbronnen en het uittekenen van wat Bordiga noemde “een levensplan voor de menselijke soort”. Kortom, het probleem kan enkel worden opgelost door een arbeidersklasse die zich bewust is van de noodzaak om de grondslagen zelf van het sociale leven radicaal om te gooien, en die in haar handen de politieke instrumenten heeft om de overgang door te voeren naar een communistische maatschappij.

Georganiseerd op wereldvlak, alle onderdrukten met zich meeslepend, kan en moet het internationale proletariaat zich inzetten voor de schepping van een wereld waarin er een ongeziene materiële overvloed zal zijn die niet in conflict zal komen met de gezondheid of het natuurlijk leefmilieu. Beiden worden gezien als wederzijdse voorwaarden voor elkaar. Een wereld waarin de mensheid, eindelijk bevrijd van de overheersing van de arbeid en de schaarste, volop kan genieten van de planeet. Borend doorheen de mist van de uitbuiting en de vervuiling, waarmee de kapitalistische beschaving de aarde heeft omhuld, was dit zeker de wereld die Marx voor ogen had toen hij in 1844 in zijn Manuscripten vooruitblikte naar een maatschappij die de belichaming zou zijn van “de eenheid van mens en natuur – de ware heropstanding van de natuur – de vernatuurlijking van de mens en de vermenselijking van de natuur, die beiden tot ontplooiing zullen komen”.

CDW

Internationale Revue nr. 20, 2009

(1) Stamp out the debt, not the rainforest [Delg de schulden, niet het regenwoud]

(2) Ibid.

(3) Engels, ‘De rol van de arbeid in de overgang van aap naar mens’

(4) Ibid.

(5) Jared Diamond schreef het boek ‘Collapse’ (2005), waarin hij voorbeelden geeft van maatschappijen die in het verleden ten onder gingen, mede door een ongecontroleerde ontbossing.  Diamond  is echter geen marxist, maar  breidt verder op de theorie van Malthus die stelde dat de ecologische hulpbronnen nooit de volledige bevolking zouden kunnen voorzien in hun behoeften, doordat de populatie te snel groeit. Engels noemde de theorie van Malthus de wreedste en meest barbaarse theorie ooit.

(6) Het Kapitaal, deel 1, ‘Omzetting van meerwaarde in kapitaal’

(7) Zie Internationale Revue nr. 13, ‘Ontbinding, de eindfase van het kapitalistische verval’

(8) Engels, ‘De rol gespeeld door de arbeid…’

(9) Toespraak bij de verjaardag van ‘The Peoples Paper’, april 1856

Advertisements




Correspondentie

11 02 2009

Een serie mails die een vriend en ik elkaar verstuurden. Misschien vinden meer mensen dan wij getweeën dit interessant. De mails behandelen allerlei thema’s: relatie maatschappij-natuur, revolutie-organisatie… Ik heb getracht zo veel mogelijke links te leggen naar artikels die worden besproken.

1 december 2008

Deze tekst (bijlage) gekregen van D. Een kritiek op de brochure van de LSP over het milieuprobleem. Vooral interessant vond ik het stukje over de kritiek op de groenen waar er ook nogal wat verwijzingen zijn naar allerlei boeken. De rest is ook interessant en goed geschreven, maar gaat over andere onderwerpen dan ecologie.

Er is ook onlangs een artikel verschenen in de internationale revue: “The world on the eve of an environmental catastrophe”. Op het internet verscheen een langere versie: http://en.internationalism.org/node/2697. Het zal verschijnen in drie delen. Dit eerste staat nogal bol van feitenmateriaal, dat ge ergens anders ook wel kunt vinden, maar ‘t geeft toch een mooi zicht van de omvang van het probleem. Vooral het stukje over het afvalbeheer vond ik goed, omdat het mooi illustreert hoe het wel degelijk een systeem is met als motivatie het winstbejag dat tot rampscenario’s leidt en niet anders kan dan geen rekening houden met de natuur, waarop zij nochtans van afhangt. Bestraffing van een kliek criminelen neemt die drijfveer niet weg. Wat bepaalt de drijvende kracht van een maatschappij? (Wow, zei ik dat? Ik heb er geen idee van eigenlijk.) Hoe kunnen we haar motivatie veranderen? (Daar heb ik wel een idee van.)

Als gij toevallig iets hebt of kent van de groenen over de relatie mens/natuur, graag doorgeven, aub.

Ciaokes,

Y.

2 december 2008

Bedankt voor de propaganda. Het verduidelijkt jullie positie omtrent ‘arbeiderspartijen’ en links. De tekst getuigt van een goede, logische en marxistische opbouw. Ik heb serieuze moeite met de idee van arbeidsraden als het antwoord op alles en manier van organisatie. Het klinkt uiteindelijk heel mooi, maar in elke organisatie hoe democratisch ze ook is, komt op den duur onder leiding te staan van enkelen en dan verwijs ik niet rechtstreeks naar de Stalinistische leugen (dé grootste leugen van de 21e eeuw), maar naar talloze voorbeelden in de geschiedenis: http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzeren_wet_van_de_oligarchie
Ik vrees ook dat arbeidsraden alleen wat inefficiënt en tot oeverloos gepalaver zonder daadwerkelijke beslissing kunnen leiden.

Ik ben voor basisdemocratie en directe democratie (in de vorm van referenda) als aanvulling op representatieve vormen van democratie. Bij GROEN! is dit weekend het partijprogramma rond economie, stedelijkheid versus platteland en zorg democratisch aangepast door de leden, maar er is nog steeds een partij als organisatie en structuur om mensen te verenigen rond een zelfde gedachtegoed.

ALS (mopje) ik het goed begrijp is de kritiek van D. op de groenen en gauchisten gelijkaardig als die van Marx op de Utopische socialisten? Aangevuld met wat kritiek op de groene kritiek op het rationalisme (de ecologische stroming is trouwens ook geen afgelijnd geheel waar iedereen het eens is).

Ik ga vanavond een antwoord proberen te schrijven over jouw vraag omtrent de relatie mens/natuur. Ik ben geen politiek filosoof, maar ik zal trachten te antwoorden vanuit mijn eigen visie en de hulp van een aantal artikels uit Oikos.

Kameraadschappelijke groet,

Ys.

4 december 2008

Dag Ys.,

Bericht ontvangen. Over.

Heel kort: het gevaar bestaat inderdaad dat er geen besluiten worden genomen vanwege oeverloos gepalaver binnen arbeidersraden, maar zulke situaties komen meestal voor wanneer het revolutionair elan afneemt en de overtuiging van de noodzaak van dé revolutie afkavelt onder druk van de burgerlijke propaganda. Dat is mijn eerste gedachte. Verder denk ik dat ge naar de geschiedenis moet kijken en genoeg voorbeelden zult vinden van situaties waarin de raden wel degelijk tot beslissingen kwamen: waarschijnlijk vooral te Rusland en Duitsland in de periode 1917-1920, maar ook in de jaren 1968-1975 en rond 1980 werden er in Europa talloze actiecomités/stakingscomités etc. opgericht die tot eenheid leiden in de strijd en wel degelijk tot beslissingen leiden. Het meest recente verregaande voorbeeld waar ik notie van heb, is de situatie te Polen in 1980 die niet steunde op een partij of een vakbond, maar op comités of raden en die wel degelijk tot allerlei eisen kwam.

Misschien belangrijk om te vermelden is dat de arbeidersraden of soviets niet dé organisatorische vorm van het communisme zal zijn, maar het wel de vorm is van de revolutionaire organisatie. Hoe de communistische maatschappij zal georganiseerd zijn, is waarschijnlijk daarvan af te leiden, maar moet tijdens het revolutionair proces duidelijk worden. Een partij is volgens mij wel noodzakelijk om ideologische standpunten naar voren te brengen, richting te geven aan de revolutie, maar mag geen enkele beslissing nemen! Ze is en blijft maar een partij, un parti, dus een deel van de arbeidersklasse en staat niet gelijk aan de arbeidersklasse. De raden verzamelen het volledige proletariaat en enkel zij mogen beslissingen nemen, dus enkel de volledige arbeidersklasse. Natuurlijk zullen er verschillende tendensen bestaan binnen de klasse en kunnen besluiten lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Zeker dan wordt de invloed van de revolutionaire arbeiderspartij voelbaar en moet discussie tot een uitweg leiden. In tijden van snelle maatschappelijke vooruitgang zal hopelijk ook snel genoeg blijken welke besluiten de beste zijn.

Voila, dat zijn de eerste dingen die me te binnen schieten. Niet veel feitenmateriaal om mijn theorie te staven, dat besef ik, dus je moet me helemaal niet geloven. Als je een lek ziet in mijn uitleg, graag zeggen, want ik maak fouten, maar als niemand me dat zegt, weet ik er ook niks van.

De relatie mens-maatschappij-natuur (te bekijken als een driehoek, want de mens is immers ook deel van de natuur en de “natuur” van de mens strookt misschien niet met de maatschappij) lijkt me momenteel vrij complex, dus als je daarover iets kan zeggen, ‘t is heel welkom. Zeker tijdens lessen ecosysteembeheer (héél interessant, maar fel omstreden) waar die relatie constant aan bod komt.

Y.

4 december 2008

Dat “alle organisatievormen, onafhankelijk van het democratische of autocratische gehalte in het begin, onvermijdelijk oligarchisch worden.” is een onmiddellijk gevolg van “de leiders die hun eigen belangen willen behartigen, de dankbaarheid van de geleide groep en de passieve massa”, zegt Wikipedia. Dat is natuurlijk niet volledig onwaar, maar wat zijn dan de oorzaken van

  1. egoïsme
  2. de passiviteit van de massa’s?

Iedereen, ook de meest radicale communist, is in het kapitalisme geboren en is onvermijdelijk aangetast door de ideologie die tot nu toe altijd heeft geheerst in de menselijke hoofden, maar vermoedelijk nog veel sterker tot ontwikkeling kwam tijdens het kapitalisme: het eigen gewin, egoïsme, egocentrisme etc. Vroeger stoelde dit gevoel op een gebrek aan levensmiddelen. Er waren gewoon niet genoeg levensmiddelen voor iedereen voorhanden en iedereen moest aan zijn eigen overleving denken, simpel gezegd. Vandaag is er hiervan wel voldoende voor allen, maar zijn nog steeds niet alle levensmiddelen beschikbaar voor iedereen, aangezien de maatschappij er niet op is gericht iedereens behoeften te bevredigen. Het precair leven in het kapitalisme is een gunstige bodem voor een egoïsme zonder grenzen.

Proletarische organisaties zijn constant aan deze druk onderhevig en moeten zich daarvan bewust zijn, opdat catastrofes zich niet zouden voordoen: http://nl.internationalism.org/node/106. Daarom ook de permanente afzetbaarheid van eventuele vertegenwoordigers van arbeidersraden, daarom de blijvende verantwoording van die vertegenwoordigers t.o.v. de raad. Er bestaan immers geen “perfecte” persoonlijkheden, dus ook geen ideale leiders. In tijden van arbeidersstrijd kan een persoon net die eisen en argumentatie verdedigen die nodig worden geacht door de meeste arbeiders en dan zal men hem bijv. een mandaat toekennen om als vertegenwoordiger naar een ander comité te trekken om daar de standpunten en beslissingen van eerstgenoemde raad te verspreiden. Het is niet gegarandeerd dat die persoon de spreekbuis zal blijven van de gedachten en gevoelens van velen en waarschijnlijk zullen arbeiders in een latere fase een ander kiezen met een beter bewustzijn van de noden voor de ontwikkeling van de arbeidersstrijd. Dit is een voorwaarde opdat de dynamiek van de beweging blijft.

Het is ook in die dynamiek dat passieve massa’s actief worden. In de “democratische” landen mag iedereen wel zeggen wat hij wil, maar stuit ieder die fundamentele veranderingen wil brengen op de grenzen van het kapitalisme. – Bijvoorbeeld: als men eist dat het onderwijs niet langer een voorbereiding op de arbeidsmarkt mag zijn, maar een plek waar ieder tot volle ontplooiing komt, waarbij hij/zij allerlei thema’s kan studeren in plaats van in een keurslijf te worden geduwd van verplichte programma’s, dan kan je “democratisch” debatteren zolang je wil, het decadente kapitalisme zal dit nooit kunnen waarmaken, aangezien ze daarvoor niet voldoende geld heeft en elke investering moet opbrengen. Iedere afgestudeerde moet dus onmiddellijk inzetbaar zijn in het productieproces, indien nodig voor het kapitaal. De enige manier om een fundamentele veralgemeende verandering in bijv. het onderwijs mogelijk te maken is door het kapitalisme omver te werpen. – Tijdens de opbouw van een krachtsverhouding tussen proletariaat en bourgeoisie worden eisen ingewilligd en openen perspectieven zich. Een gevoel van hoop ontstaat. Mensen zijn sociaal: gevoelens zijn besmettelijk en verspreiden zich snel. In tijden van achteruitgang van die hoop, moet de revolutionaire partij de noodzaak van de revolutie opnieuw beargumenteren, want een revolutie steunt uiteindelijk op argumenten, niet op gevoelens.

Om af te sluiten: “Het probleem van de organisatievormen van de arbeidersstrijd staat niet los van de vraag naar de inhoud van deze strijd. De revolutionaire inhoud die de proletarische strijd vaak meteen gaat aannemen in de vervalperiode van het kapitalisme, is nauw verbonden met de organisatievormen waartoe de arbeidersklasse komt.” (Uit: De vakbonden tegen de arbeidersklasse, De organisatievormen van de arbeidersstrijd, IKS)

“Op zichzelf kunnen de organisatievormen van de klasse echter geenszins een voldoende voorwaarde zijn om de arbeidersstrijd van een werkelijke klasse-autonomie te verzekeren. De bourgeoisie kan zeer goed de organisatievormen die de arbeidersklasse in haar strijd ontwikkelt opnieuw inpalmen en in haar dienst stellen. Bovendien, wanneer men de aandacht van de arbeiders op dit probleem fixeert, kan dit een aanleiding zijn om het probleem van de ínhoud van de strijd weg te moffelen en om het revolutionair proces stil te leggen in een nog weinig ontwikkeld stadium. De organisatievormen zijn een noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van het revolutionair proces, maar hun opkomst is eerder het spontaan product van de massa-actie dan een resultaat van de tussenkomst van de revolutionairen. Bovendien, als deze vormen er eenmaal zijn, zet het revolutionair proces zich niet voort op het gebied van de vorm, maar op het inhoudelijke vlak van de strijd. Het is dan ook op dit laatste vlak dat de tussenkomst van de revolutionairen een echte noodzaak is.” (Uit: De vakbonden tegen de arbeidersklasse, De tussenkomst van de revolutionairen, IKS)

Het behoud van een revolutionaire organisatie is een permanente strijd tegen de druk naar oligarchie, dat zich ook op persoonlijk vlak voert. Elke revolutionaire organisatie moet zich daar sterk van bewust zijn, wil ze overleven. De IKS is één van de weinige communistische organisaties die al meer dan 30 jaren bestaat, onder meer omdat ze een bewuste strijd voert tegen die tendensen die onvermijdelijk opduiken in haar kern. Ze stelt strenge eisen omtrent de werking van de organisatie, net om die organisatie te beschermen: http://nl.internationalism.org/ir/16_function.

Tot daar mijn commentaar.

Groetjes,

Y.

4 december 2008

Ik ben een antwoord aan het formuleren. Ik denk er diep over na! Het zijn geen gemakkelijke vragen.
Bedankt ook voor je uitvoerige antwoorden en de tijd dat je erin steekt. Ik denk erover na.

Kus

17 december 2008

Eindelijk een tekst van mij met een antwoord op de discussie. Ik ben begonnen met de vraag mens/natuur en “groen mensbeeld?”, maar ik heb het wat opengetrokken naar verschillen tussen ons en het milieuvraagstuk en een beetje inleiding in wat ecologisme inhoudt.
Ik heb hier mijn persoonlijke invulling van het ecologische gedachtegoed gegeven, en net als binnen het marxisme kan je daar wel wat verschillende strekkingen of meningen over vinden.
Ik ben niet zo tevreden over de tekst. Hij is wat vaag en heeft niet echt duidelijke structuur. Het is ook niet m’n bedoeling u in een bepaalde denkrichting te duwen. Ik wilde gewoon mijn denken wat uit te doeken doen en ik heb al schrijvende zitten denken. Er valt veel kritiek op te geven en mijn stellingen kunnen beter. Maar ach, al doende leert men.

Ik wil ook nog een antwoord formuleren op uw artikel over partijorganisatie. Ik ben nu ook een artikel aan het schrijven over groene economie. Voorts nog een mooi, niet wetenschappelijk, luchtig, maar wel duidelijk artikeltje over dé crisis en de uitwegen: http://www.oikos.be/schrijversgemeenschap/Tijd-voor-een-omslag.html Oikos is een erg interessant magazine, dat mijn mening serieus mee vormt.

Uw meningen zijn een ware uitdaging voor me. (…) Ik ben waarschijnlijk in deze tekst gefaald, maar binnenkort krijg je mijn tekst over groene economie.
(…)

Bedankt voor alles.

Uw vriend,

Ys.

Inleiding
Even een verduidelijking van de kritiek van de politieke ecologie op ‘wetenschap’, ‘vooruitgang’ en de moderniteit.

Groenen zijn niet tegen de industrie of wetenschap , maar staan er kritisch tegenover en betwijfelen dat het heilmakend zou zijn voor alle problemen. Technologische vooruitgang kan ook bepaalde gevaren met zich meebrengen (kernenergie , GGO’s, wapens). De technologie en het kapitalisme hebben de mensen niet bevrijd van de schaarste, maar creëren een permanente nieuwe schaarste. Marx wilde de schaarste opheffen, maar dit is onmogelijk aangezien we in een begrensde wereld leven. Door de onverzadigbare behoeften kan in ons type samenleving geen situatie van ware voldoening of bevrediging bereikt worden.

Langs de andere kant bestrijden groenen de wetenschappelijkheid van bepaalde zaken als ‘de economische wetenschap’. De economie die en masse gedoceerd en geleerd wordt is een louter beschrijvende, schandalig reductionistische status quo wetenschap die de huidige bezitsverhoudingen en ideeën over welvaart opdringt en de idee tracht te geven dat er geen alternatief mogelijk is. Terwijl diezelfde economische wetenschap helemaal niet ingebed is in de sociale wereld, miljarden mensen over het hoofd ziet, en uitgaat van een rationele, bemiddelde man uit ontwikkelde landen. Bovendien meet ze enkel monetaire transacties, vrouwen die thuis werken, zuiverende werking van bossen, vrijwilligerswerk, dat heeft eigenlijk allemaal geen waarde in de economische wetenschap.

Wat is de relatie mens en natuur?
Eerst en vooral dient de vraag gesteld te worden, wat is een mens? Is een mens een uniek wezen dat zich onderscheidt van dieren, de natuur? Waar begint cultuur en eindigt natuur?
Ik denk dat menselijke evolutie een samengaan is van biologie en cultuur, co-evolutie. Dat de mens doorheen zijn geschiedenis zijn omgeving vorm heeft proberen geven en de schaarste tracht te overwinnen.

Ik verwerp de sociobiologie die alles wil verklaren aan de hand van genetische survival of the fittest of de idee dat mensen gewoon intelligente dieren zijn. Als er iets wezenlijk is aan de mens is er dat hij een vorm van zelfbepaling en zelfbewustzijn is. Een mens weet dat hij een mens is en kan eerste orde verlangens hebben (ik heb honger en wil eten), maar ook tweede orde verlangens (goh, ik moet op mijn lijn letten, dus beter een appel eten dan speculaas). Hij kan zich in een andere situatie plaatsen (denken in het verleden en de toekomst).

Een mens is uiteraard ook maar een mens als hij zich als dusdanig erkend: ik ben een mens en dat hij erkent wordt als mens (jij erkent mij als mens). Jij herkent mij als mens door mijn uitzicht (put in de borst , krullen), maar ook doordat je me kan plaatsen in een context, een verhaal. Ik ben dus een persoon met identiteit (mijn muzikale voorkeuren, politiek, scholingsgraad. Een volwaardig mens is voor mij een bewust, handelend wezen dat zichzelf dus interpreteert en aan de interpretatie van andere mensen onderwerpt.

Het persoonsconcept; het leven van een mens, hangt uiteraard af van zijn omgeving, cultuur, maatschappij. Marxisten zijn (historisch) materialisten, wat volgens Wikipedia wil zeggen: Materialisme is de filosofie die de werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein, uiteindelijk herleidt tot materie, dit in tegenstelling tot het spiritualisme. Het ‘zijn’ brengt uiteindelijk het ‘denken’ voort. Daar ben ik het al niet volledig mee eens, ik vind dat te reductionistisch en ik lig wat in het midden tussen idealisme en materialisme. Met het historisch materialisme heb ik nog meer moeite, aangezien ik vind dat ze de geschiedenis erg beperkt, en erg westers bekijkt en ik veel problemen heb met toekomstvoorspellingen.

Ik ben ook niet akkoord met de kritiek op het ‘consuminderen’ of het ‘zelfverarmen van de arbeiders’. De werkelijke, duurzame ecologische omslag is niet te realiseren binnen het kapitalisme, daar zal ik u niet van hoeven te overtuigen. Maar er is ook een bewustzijns- en cultuurrevolutie nodig die een nieuwe definitie geeft aan het goede leven, die minder gericht is op materiële groei die een einde maakt aan de allesverslindende concurrentiedrang en comodificatie van de mens en haar leefwereld.

De groene mens
Het groene denken is een kind van de verlichting, maar stelt vast dat de waarden van de verlichting: emancipatie, vrijheid, autonomie, gelijkheid niet gerealiseerd worden. De rede bevrijdde de mens van de natuur, maar nu wordt hij vastgekluisterd door de markt en de staat (eigenlijk kan je het kapitalisme noemen). De mensen en hun wereld worden volledig gereduceerd tot een economisch ding. De mens vervreemdt van zichzelf en van de omliggende wereld. De bron van die vervreemding ligt in de steeds groeiende productie en consumptie van goederen (terwijl ook steeds meer mensen uit de boot vallen). Groenen stellen hier een basisinkomen en nulgroei van de economie voor (meer uitleg kan volgen als dat gewenst is).

Ik stel het nu wel wat radicaal voor: ‘de mens is vervreemd’. Uiteindelijk is het leven nog zo slecht niet, maar het kan beter. Veel beter.

Het groene mens en wereldbeeld is in se holistisch, de wereld is meer dan de som van haar delen. Ik verwerp een te antropocentrisch mens- en wereldbeeld. Het welzijn van de Aarde en van de mensheid zijn intrinsiek verbonden met elkaar. We hebben de Aarde altijd gezien als een levenloos iets, een planeet waarop er leven heerst en niet een organisme waarvan ook de mensheid deel uitmaakt. Het hele cultuurproces dat de mens heeft ontwikkeld, stelde de mens in het middelpunt en beschouwde de natuur als een eindeloos te exploiteren goed, in functie van de mens. Het joods-christelijke denken enerzijds en het wetenschappelijke, technologische en kapitalistische vooruitgangsgeloof anderzijds hebben deze antropocentrische visie diepe wortels gegeven in onze cultuur en in ons denken en handelen. Het ontwikkelingsmodel dat hieruit ontstaan is, heeft altijd weinig verantwoordelijkheid aan de dag gelegd voor de ecologische goederen en zo een zware hypotheek gelegd op de gemeenschapsgoederen, niet alleen voor heel de mensheid van vandaag maar ook voor de komende generaties.

Daarnaast komt de groene beweging die zich opwerpt voor het behoud van de autonome leefwereld van mensen en streed tegen het oprukkende systeem (het kapitalisme, maar ook het toenmalige reëel bestaande socialisme) dat door zijn expansie de leefwereld verkleint. De groene beweging stelt de mens voor als een individu in verbondenheid met de rest van de wereld. Vrijheid is er pas als je de vrijheid van een ander niet afpakt. Als er nu heel veel vervuild wordt dan creëert dat de onvrijheid van volgende generaties.

Het ecosysteem en alle organismen die daarin leven hebben voor mij een bron van waarde, en het doet er niet toe of het al dan niet ten bate komt tot de mens. Een louter antropocentrisch wereldbeeld lijkt mij erg egoïstisch en moreel niet te verantwoorden. Uiteraard moet de mens de natuur naar zijn hand zetten om zijn beschaving op te bouwen en zijn voortbestaan te verzekeren. Maar de totale massa-uitsterving die nu aan de gang is, valt niet verantwoorden. De hypotheek die nu ook op komende generaties gelegd wordt is compleet onaanvaardbaar.

Voor mij zijn de mens en zijn samenleving, integraal deel van zijn ecosysteem.

De waarde van het zogenaamde niet ‘productieve land’, de natuur mag naast haar esthetische, rustgevende of het respect voor andere organismen ook economisch niet onderschat worden. Volgens een studie van de Europese Commissie verliest men 50 miljard euro per jaar aan ecosysteemdiensten door biodiversiteitverlies. Dit zou kunnen oplopen tot 14 triljoen dollar.

Ik ben sceptisch over het in geld uitdrukken van alles, maar het toont voor mij aan dat voor mij een verandering van de productieverhoudingen niet genoeg is (al beargumenteer ik dit hier zwak).

Ecologische strijd is heel vaak een sociale strijd, het behoud van de leefwereld gaat immers iedereen aan. Het zijn ook de zwakken, de armen, de arbeiders, de mensen in het zuiden, de mensen die er tout court het minst voor verantwoordelijk zijn die de grootste gevolgen van milieuvervuiling dragen.

Maar het gaat verder dan dat, een ecologische strijd kan voor mij ook gewoon puur voor het behoud van iets zijn (al zijn het maar de fucking walvissen). Ecologische strijd is voor mij in de eerste plaats een strijd naar een gelijke ecologische voetafdruk voor iedereen op deze planeet. Dat vergt een koolstofvrije, duurzame samenleving, maar ook een persoonlijke levensstijl die soberder, maar daarom ook misschien rijker is. Onbeperkte vleesconsumptie en vliegtuigreizen zijn maar voor een heel klein deel van de wereld weggelegd en zijn niet veralgemeenbaar tot de rest van de bevolking en hebben erg negatieve gevolgen voor andere mensen.

Grenzen en de vrijheid om daar in te bewegen zijn voor mij essentieel in het groene gedachtegoed.

Ik geef hier nu wel veeleer een milieu/natuur invulling van het groene denken, maar dat komt door mijn persoonlijke interesse en bekommernis en ook wel omdat het de vraag was. Uiteraard kunnen die groene premissen (holisme, grenzen aan de groei, emancipatie, lange termijn) ook verder getrokken worden tot mensenrechten (al heb ik daar ook veel kritiek op), armoede, gender, gelijkheid, vrede,…

Uiteraard ben ik wel een beetje hypocriet met m’n gedoe over ecologische voetafdruk, die van mij ligt waarschijnlijk een pak te hoog. Ik hoop dat je niet denkt dat ik dat slechts iets individueels zie. Het is een collectief probleem, dat collectieve oplossingen vereist.

Mag ik eindigen met een mooi citaat uit een erg mooi boek, ‘De laatste wildernis van Robert Macfarlane.’

‘Naarmate ik verder naar het zuiden was getrokken, was mijn idee over de vrije natuur veranderd, of beter: het had zich verbreed. Mijn oorspronkelijk beeld van een stuk wilde natuur als iets afgelegens, iets wat geen geschiedenis had, waar geen sporen op waren achtergelaten, leek me hopeloos eenzijdig. Niet dat Hope en Rannoch, de laatste bastions van wildernis, geen enkele waarde hadden. Nee, door hun kale ongenaakbaarheid, hun woeste eenvoud, wekten ze zoveel ontzag dat ze van onschatbare betekenis bleven. Maar ik had andere soorten ongerepte natuur leren kennen waarvoor ik eerder blind voor was geweest: de tomeloosheid van de groene natuur, de pure, woeste en chaotische kracht van het eindeloze, organische bestaan. De tomeloosheid had niets van doen met onherbergzaamheid, maar alles met volheid, vitaliteit en plezier. Onkruid dat opschiet uit een barst in een stoep, een boomwortel die onbeschaamd door een asfaltpantser breekt.: het waren evenzeer tekenen van een vrije natuur…

We zijn in verbrokkelde stukken uiteengevallen, dacht ik, maar de wilde natuur kan ons nog steeds tot onszelf terugbrengen.’

20 december 2008

Joe,

Toch efkens laten weten dat ik uw bericht heb ontvangen en de tekst gelezen. Het is een hele boterham, maar ik zal er met plezier op reageren (stap voor stap) na de examens.

Tot nieuwjaar!

Dein Freund





Milieu & Kapitalisme (oktober 2007)

2 02 2009

Volgende tekst verscheen in het studentenblad ‘De Moeial’ en was de inleiding voor een debat aan de VUB over de milieuproblematiek. Op het artikel volgt een verslag.

La proxima estación: Esperanza

Een jonge vrouw wordt wakker, ze heeft goed gefeest en haar
vriend ligt nog te slapen. Haar kleine kamer wordt amper verlicht
door de zonnestralen die door het smog boven de stad verhinderd
worden. Ze haalt de krant en leest wat ze al weet: het gaat slecht
met de wereld. De auto’s toeteren in de file, haar vriend wordt
wakker. Hij zet de radio aan; het nieuws van 10u: oorlog,
vervuiling, prostitutie, politieke spelletjes en sport.
Hij zucht diep en verandert van radiozender. ‘Het is te
vroeg voor dit nieuws’, zegt hij verontschuldigend. Maar de
berichten laten hem niet los. Hij is verward en begrijpt zijn wereld
niet. Hij begrijpt de vriendschap en de liefde die hij met zijn
vrienden deelt, maar kan zich de haatgevoelens tussen mensen
niet voorstellen. Hij vraagt zich af waarom er oorlogen zijn, hoe
de oorlog uitgevochten zou worden in zijn stad en door wie. Zou
hij iemand kunnen doden?
‘Pff, de wereld is wreed en wij moeten erin wonen. Wat
gaat er met ons gebeuren als het nu al zo erg is?’. Zijn vriendin
kijkt hem een beetje verbaasd aan, ‘Tja … ik weet het niet, soms
vraag ik me dat ook af.’. Ze kijkt naar buiten en zegt ‘Soms wens
ik dat we ergens anders zouden leven, waar het leven mooi is.
Maar dat is nergens meer; vluchten gaat enkel nog maar in mijn
dromen.’. Haar vriend houdt haar wang in zijn palm en streelt met
zijn andere hand haar hoofd. Hun voorhoofden raken, ze zoenen
en halen hun troost uit de liefde. Hun lichamen hebben enkel
aandacht voor elkaar; ze kijken, smaken, raken en ruiken elkaar.
Ze vrijen. Verheerlijkt van elkaar, bevredigd en zorgeloos liggen
ze naast elkaar. De omringende wereld was naar de achtergrond
verdwenen, er was enkel hij en zij. Ze horen de auto’s en
radiogeluiden niet meer.
Op de achtergrond speelt de radio:

Sometimes I dream about reality
Sometimes I feel so gone
Sometimes I dream about a wild wild world
Sometimes I feel so lonesome
Hey Bobby Marley.

Sing Something good to me
This world go crazy
It’s an emergency
Tonight I dream about fraternity
Sometimes I say: One day !
One day my dreams will be reality
Like Bobby said … to me
Hey Bobby Marley.

Sing Something good to me
This world go crazy
It’s an emergency
Tonight I watch through my window

And I can’t see no light
Tonight I watch through my window
And I can’t see no rights

Manu Chao – Mr. Bobby

Er is geen ontkomen aan, ze zijn zich bewust van de
wereld en diens zorgwekkende gezondheid verhoogt dat. Hun
toestand is nu onomkeerbaar, zoals een meisje een vrouw wordt
en hout in as verandert, op die natuurlijke wijze is de confrontatie
met hun wereld de enige levenswijze geworden. Ze moeten in
dialoog met de wereld, stellen de vragen die de wereld bij hen
doet oproepen en zoeken de antwoorden in haar geschiedenis.
Vanaf nu gingen ze niet meer dromen, maar hopen. Want een
ellendig leven zonder hoop, is een fatalistisch leven en daar zijn
ze te jong voor.
Wat hen het meest beangstigt is de toenemende
vernietiging van de natuur door vervuiling, de basis voor elk
bestaan wordt erdoor bedreigd. Dus ook het bestaan van de
nieuwe wereld die ze willen scheppen. Waarom wordt de wereld
vervuild en door wie? Ze spreken met veel mensen en gaan naar
debatten. Ze houden van de serieuze en diepgaande discussie. Ze
komen tot de volgende conclusies.

Mens en natuur

De mens verandert zijn omgeving sinds de dag dat hij geen dier
meer is. Al bij de vroegste beschavingen heeft de menselijke
activiteit gevolgen voor de natuur: de Ethïopiërs verbrandden hun
bos voor vruchtbaar land, de Griekse herders lieten hun schapen
overal grazen met als gevolg een dor landschap en het Romeinse
leger bouwde aquaducten en wegen die het landschap
veranderden. Dankzij de industriële revolutie wordt het mogelijk
om veel meer te produceren, de menselijke activiteit groeit
exponentieel en de lucht-, water- en grondvervuiling neemt ook
toe. We kunnen meer eten produceren dan we nodig hebben,
overal op de wereld zijn en in betere huizen wonen. Hoewel de
nieuwe technologieën onze levensstandaard drastisch verhogen,
vervuilt de industriële activiteit zoals we ze nu kennen nog steeds.
De ‘mens’ vervuilt dus altijd? De oorzaken voor de
vervuiling is de menselijke activiteit zelf? Dit geeft het koppel
een schuldgevoel ondanks hun goede bedoelingen. Ze wilden
absoluut niet de wereld vervuilen, maar het leek inherent te zijn
aan ‘de menselijke natuur’. Is de enige oplossing het herleiden van
elke menselijke activiteit tot het minimum, terug gaan naar een
oertijdperk?
Maar ze beseffen dat ze geen Ethïopiërs, Grieken of
Romeinen zijn en dat men nu weet wat de gevolgen zijn van zulke
ingrepen in de natuur. Eigenlijk zien ze in dat de mens verandert
en het mogelijk is om de verhouding tussen mens en aarde aan te
passen. Er zijn veel voorbeelden te noemen: hernieuwbare
energie, beter openbaar vervoer, hybride auto’s, duurzame
landbouw en bosbouw, enz. Waarom worden deze aanpassingen,
die mogelijk en noodzakelijk zijn voor de toekomst, niet
toegepast?

Verwoestende Productie

De relatie die de mens aangaat met de natuur, is de manier waarop
wij van haar grondstoffen andere producten maken, het is dus de
productiemethode. De huidige productiemethode is gebaseerd op
winst-maximalisatie – het kapitalisme. Ze houdt geen rekening
met de gevolgen die deze logica heeft voor de mens en de natuur.
Het is de manier van produceren, niet het produceren
zelf, die de oorzaak is van de vervuiling: de landbouw moet
goedkoper eten produceren om de concurrentie te overleven en is
genoodzaakt chemische stoffen te gebruiken; het is mogelijk om
hernieuwbare energie te produceren maar de rentabiliteit ligt lager
en de klant zou onafhankelijk kunnen worden; het gebruik van de
auto kan voor een groot deel vervangen worden door het openbaar
vervoer, maar de hele automobielsector verliest dan haar
inkomsten en de regering moet investeren. Anderzijds is het ook
mogelijk om mileuvriendelijkere auto’s te produceren, maar dit
wordt om dezelfde reden niet gedaan, om maar te zwijgen van de
verliezen in de petroleumsector.
Zij vinden nog vele andere voorbeelden, die bevestigen
dat de winstlogica haaks staat op de noden van de mens en zijn
toekomst bedreigt. Maar de concurrentie tussen landen ontketent
ook de oorlog. Een staat zal haar economische en strategische
belangen verdedigen en versterken met deze destructieve kracht.
Haar militaire ambities vereisen producten die de grootste schade
veroorzaken: atoombommen, kernenergie, chemische wapens,
straaljagers, bommentapijten, enz. Winst heeft hierbij minder
belang, ze is ondergeschikt aan de overwinnig en verwoesting; de
oorlogsmachine draait dan op volle toeren. Omdat de staten in
constante concurrentie staan hebben ze ook een militair arsenaal
opgebouwd dat nu zo groot is geworden dat de hele wereld
vernietigd kan worden. Ook hier is het kapitalisme met haar
concurrentie de oorzaak van destructie, menselijke ellende en
vervuiling.
De staat met haar politieke partijen kan de mensheid
niet uit deze crisis halen: ze werken per land en verdedigen haar
economische en strategische belangen. Er is een aanpak op
wereldvlak nodig, waarbij de mens en de natuur op de eerste
plaats staan. Sinds 1970 zijn er ‘akkoorden’ waarmee regeringen
overeenkomen om het milieuprobleem op te lossen; zonder
succes. Het falen van de protocols van Stockholm, Rio en Kyoto
is niet verwonderlijk als men de vorige punten beschouwt.
Het is duidelijk dat de politieke partijen die de staat
vertegenwoordigen, ook haar belangen zullen verdedigen. Ook de
groenen die louter lapmiddelen zoeken in de vorm van een streng
milieubeleid binnen een kapitalistische maatschappij vallen
hieronder. De staat probeert de ware oorzaak van de vervuiling en
de opwarming te verbergen en vervormen, zoals in ‘An
Inconvenient Truth’.
De media die onder toezicht staan van de overheid
graven nooit zo diep naar de wortels van het milieuprobleem. Wat
men als alternatieven voorstelt maskeert enkel het echte
probleem: 5 minuten het licht uit doen (dit geeft ons enkel
schuldgevoel, alsof licht gebruiken niet mag), de auto niet meer
gebruiken (we krijgen de keuze niet om een ecologische auto te
gebruiken en het openbaar vervoer verslechtert enkel) en we
zullen meer belastingen moeten betalen. Het is zelfs erger: wij
moeten minder verbruiken, meer betalen voor bioproducten en
andere ‘ecologische’ alternatieven omdat de staat en de rijke
bedrijfsleiders ons dit opleggen. Deze maatregelen helpen niet,
wij moeten onze levenskwaliteit en geest niet laten verzieken door
deze absurditeiten.
De mens is een creatief wezen, ze schept haar
omgeving. Het moet niet vernietigend te werk gaan zoals nu,
evenmin moet het ‘duurzaam’ leven. Dit betekent een
onveranderlijkheid in de toestand van natuur en mens. Als
scheppend wezen heeft de mens het potentieel om meren en
bossen aan te leggen, plant- en diervariëteiten te cultiveren.
Wanneer men verlost is van het kapitalisme en haar
produktiemethode zal de mens haar creatieve krachten tentoon
stellen en zal mens en natuur samen bloeien zoals nooit tevoren.
Hoe kunnen we de wereld dan bevrijden van deze
moordende en verwoestende crisis?

La proxima estación

‘En, wat nu?’ vroeg ze hem glimlachend en ongeduldig. Hij staart
in de verte en antwoordt: ‘We zijn ver geraakt omdat we het
probleem begrijpen, maar de wereld is enkel in onze hoofden
veranderd. Nu wordt het moeilijk; inizcht verkrijgen is nodig om
de gepaste acties te ondernemen maar dan moet men nog de moed
hebben om die acties te volbrengen.’ Aarzelend moedigt ze hem
aan met de volgende woorden: ‘We zijn samen, ik steun je, de
mensen die hopen steunen je zoals jij hen steunt en dat zal altijd
zo zijn. Samen zullen we er wel geraken, hé.’
Overladen met verantwoordelijkheid en een plicht staan
ze onbewegelijk. Ze hunkeren naar 1968, 1956 en 1917. Er waait
een sterke en frisse wind …
Zelf kunnen ze de wereld niet veranderen, er is een
massa nodig die bewust en georganiseerd de strijd aan gaat. Het
koppel behoort tot die klasse, elke dag wordt hun overtuiging
sterker. Zij zijn de toekomst, in hun ogen schijnt de hoop, zij zijn
het proletariaat die het kapitalisme verslaat.
De tijd tikt verder, de wereld wordt erger en de radio is
nooit stil gevallen:

Five to one, baby
One in five
No one here gets out alive, now
You get yours, baby
Ill get mine
Gonna make it, baby
If we try

The old get old
And the young get stronger
May take a week
And it may take longer
They got the guns
But we got the numbers
Gonna win, yeah
Were takin over
Come on!

Your ballroom days are over, baby
Night is drawing near
Shadows of the evening crawl across the years
Ya walk across the floor with a flower in your hand
Trying to tell me no one understands
Trade in your hours for a handful dimes
Gonna make it, baby, in our prime

Come together one more time
Get together one more time

Get together one more time
Get together, gotta, get together

The Doors – Five to One

Ecologie en Kapitalisme

Verslag disucussie 17 oktober

Het is een teken van hoop: een jonge generatie die zich vragen stelt bij de huidige wereldsituatie en die samen komt om te discussiëren in een open en eerlijke sfeer. Dit is het verslag van de discussie gehouden op 17 oktober 2007 over ecologie en kapitalisme. Hierbij worden de deelnemers bedankt voor hun aanwezigheid. Verder wordt De Moeial ook bedankt voor haar aanwezigheid, ondersteuning en de publicatie. Op de discussie kwamen volgende kwesties aan bod:

De oorzaken van het ecologieprobleem

Het ecologieprobleem wordt door verschillende ‘menselijke’ activiteiten veroorzaakt, de belangrijkste zijn

• de oorlog: atoombommen, verarmd uranium, explosieven, enorm olie verbruik in straaljagers, tapijtbommen, enz.
• de transportsector
• de productie (industrie)
• de consumptie

Het eerste deel van de discussie concentreerde zich rond het probleem van de overconsumptie. Waarom wordt er zoveel geconsumeerd? Waarom is consumptie vervuilend? Is de oplossing het consumptiegedrag aanpassen?
Dankzij de automatisatie en socialisatie van de productie kennen we een enorme overproductie. Er wordt elke dag eten gemaakt voor 12 miljard mensen, toch heeft maar een klein percentage van de wereld toegang tot deze abundantie. Enkel mensen met geld kunnen produkten kopen en hun basisbehoeften bevredigen. De overconsumptie is geconcentreerd in de sociale lagen met geld, de grote meerderheid van de mensen op deze wereld kan haar basisbehoeftes maar net vervullen. Wij leven met boterbergen en de capaciteit om de hele wereld te voeden, maar toch wordt dit niet gedaan en verhongeren 200 miljoen mensen per jaar. Het is een enorme verspilling van de productiemiddelen.
Waarom consumeren we zoveel terwijl de rest sterft? We worden elke dag overrompeld door bergen reclame. Deze hersenspoeling zorgt op zich al voor een mentale en ecologische vervuiling maar is nodig om de consumptie hoog te houden. Deze dient de producent in zijn verkoop, in zijn winstbejag.
Maar, kunnen we dan door reclame te ‘democratiseren’ de consumptie verminderen en redelijker maken; kunnen we zo onze economie tot zinnen brengen? Misschien verandert het de mentaliteit van de mensen, maar het verandert de productie van de goederen niet. Zolang er een winstlogica en overproductie bestaat zal er reclame zijn. Dit is haar bestaansreden zelf.
Kan de consument via een ‘groene mentaliteit’ of ‘boycot’ de productie van goederen veranderen? De vraag kan herformuleerd worden: welke rol heeft de consument in het productieproces? De consument kan enkel kopen wat hem is aangeboden. Ten tweede heeft de consument een beperkt budget en zal in tijden van nood toch het goedkopere produkt moeten kopen. De invloed van de consument is dus eigenlijk klein. De invloed van de producent op de consument is daarentegen enorm. Bijvoorbeeld: door het weghalen van de openbare trein- en busdiensten in Amerika in de jaren 30 kon Ford véél meer auto’s verkopen. Of nog: de autoconstructeurs kunnen al lang groene auto’s maken, maar de petroleumsector en de investeringen in de autofabrieken verhinderen dit.
De consument kan enkel kopen wat hem is aangeboden en kan het produktieproces niet doen afwijken van de winstlogica. Het is dus ook niet de schuld van de consument dat de wereld aan het aftakelen is. Waarom zouden we ons schuldig moeten voelen bij het gebruik van elektriciteit, water, auto’s, enz. Wij kunnen niet anders dan gebruiken wat ons is aangeboden. Het is duidelijk dat met acties als ‘5 minuten het licht uit doen’ en ‘bio’ produkten we de wereld ook niet zullen verbeteren. Toch kan het op de huidige manier niet verder. Volstaat het dan om het produktieproces te veranderen en hoe?
Tijdens het productieproces wordt geen rekening gehouden met de mens en natuur ondanks dat dit mogelijk is. Het product wordt ontworpen op basis van winst-maximalisatie, niet het bevredigen van de menselijke behoeften en de gezondheid van onze natuur. Er wordt zeker niet gedacht aan wat er met het product gebeurd na de consumptie (recyclage, onderhoud, ..) omdat de winst enkel wordt geboekt bij de aankoop. Producten worden zelfs ontwikkeld opdat er zo snel mogelijk een nieuw(er) product nodig is. Men zou ook op volgende manier kunnen denken: laten we produceren op een manier dat de consument zijn behoeftes kan vervullen en dat er rekening wordt gehouden met de natuur. Zo wordt het voor de producent en consument mogelijk om goed te leven. Dit strookt echter niet met de winst-logica, maar misschien kan de mentaliteit van producent en consument veranderd worden. We zouden dan enkel meer moeten betalen voor onze produkten. De oplossing is dan gewoon het produktieproces in handen brengen van goed bedoelde mensen. Waarom werkt dit niet?
Dit is in de geschiedenis al eerder gebeurd (fabrieken onder leiding van arbeiders), deze bedrijven gingen echter failliet aangezien ze toch minder winstgevend waren dan hun concurrenten. In tijden van armoede, zal men toch het goedkopere moeten kiezen. Deze goed bedoelde bedrijven leven enkel zolang mensen ruimte hebben in hun budget en dit is steeds minder het geval.
Het productieproces in handen nemen volstaat dus niet, men moet ook afstappen van de winstlogica, de huidige produktiemethode. Men moet naar een productiemethode die de menselijke behoefte bevredigd. Een menselijke behoefte is ook een gezonde natuurlijke omgeving. De winstlogica en de concurrentie liggen aan de basis van de ecologische problemen.
Voor dat de discussie verder ging naar hoe men naar deze productiemethode kan komen en wie dit moet doen werden nog enkele andere punten genoemd:

• Het ecologieprobleem is een globaal probleem en kan niet opgelost worden met behulp van staten. China wordt de grootste vervuiler van de wereld, terwijl ze in de Europese landen zich illusies maken over Kyoto. Een internationale aanpak is nodig. Hiermee kunnen we ook een einde brengen aan de oorlog.
• Wie heeft er voor gezorgd dat men zo veel met de auto moet rijden? De verkeerschaos die we ondervinden om naar het werk, huis of winkel te gaan bevordert niet onze levenswijze maar wel de winst voor auto- en brandstofproducenten.
• De discussie is belangrijk

Een Alternatief

Ten eerste moet gezegd worden dat deze discussie nodig is om te weten wat de oorzaken zijn van onze huidige problemen. Enkel door die oorzaken te ontmaskeren is het mogelijk om een werkelijk alternatief te formuleren. Naast de discussie is er ook de actie, er werd een oproep gedaan tot engagement (voor meer informatie werd vermeld naar de websites: www.internationalisme.org en www.socialisme.be).
Uit de vorige punten kan men dus stellen dat het alternatief volgende kenmerken zal moeten hebben:

• Een fundamentele verandering van produktiemethode: het winstbejag veroorzaakt een overproduktie die enkel wordt geconsumeerd worden door een minderheid met geld. De winst gaat daarbij naar een nog kleiner percentage van de wereldbevolking. Enkel een verandering in produktiemethode kan ervoor zorgen dat goederen worden geproduceerd op een menselijke manier.
• Enkel een systeem dat rekening houdt met haar medemens kan het ecologie en oorlogsprobleem oplossen. Het ecologieprobleem is een globaal probleem en we moeten globaal overeenkomen. Zolang er concurrentie om kapitaal tussen staten bestaat is het ecologieprobleem onoplosbaar. We leven allemaal samen op deze planeet, we zijn allen mensen en we hebben allen dezelfde behoeftes. Waarom zouden we elkaar vergiftigen en uitmoorden? Waarom zijn er staten (naties) die de mensen verdelen? Waarom zijn er nationaliteiten?

Het laatste punt is een deel van de volgende discussie. De aanwezigen vroegen om een discussie over de staat en nationaliteit. Wie ben ik en wie is de staat? Deze zal waarschijnlijk op woensdag 7 november om 19u in de K4 gehouden worden.