Darwinisme en Marxisme

20 09 2009

Onderstaande inleiding werd geschreven naar aanleiding van de 3de ‘discussie- en ontmoetingsdag met de IKS’ (augustus 2009). Omdat 2009 in het teken staat van Darwin werd er gedebatteerd over het belang van zijn evolutietheorie voor de klassenstrijd doorheen de geschiedenis . Onderaan vind je een korte samenvatting van de discussie die de dag zelf door de deelnemers werd opgesteld.

Inleiding

Marx&Spencer

Over de betekenis van de evolutietheorie voor de positie van de arbeidersklasse vandaag en morgen

Darwin en de evolutietheorie

In 2009 wordt zowel Darwin’s 200-jarige als de 150e verjaardag van het verschijnen van zijn bekendste en belangrijkste werk ‘the origin of species’ herdacht. In dat boek kwam Charles Darwin, in navolging van voorgangers als Lamarck, op de proppen met het toen erg radicale idee dat diersoorten evolueren.

Wat in de ogen van vele westerlingen nu gemeengoed is, was anno 1859 een radicaal vernieuwend idee dat brak met het idee dat God alle levende wezens geschapen zou hebben en dat deze onveranderlijk zijn. 150 jaar later staan Darwin’s bevindingen nog steeds als een huis, al zijn ze nu meer gestaafd door ontdekkingen in de genetica.

Kort samengevat draait Darwin’s evolutietheorie om erfelijkheid en natuurlijke selectie. Organismen krijgen erfelijk materiaal mee van hun ouders, wat elk wezen dus veranderlijk en uniek maakt. Sommige veranderingen of mutaties in het genetisch materiaal zijn gunstig om te overleven. In een ‘strijd om het bestaan’ zullen enkel de best aan hun omgeving aangepasten overleven, de rest wordt weggeconcurreerd. Dit proces noemt men ‘Natuurlijke Selectie’ en verklaart hoe soorten veranderen en waarom ze dat doen. Dus als een mutatie een voordeel heeft, zoals een schutkleur bij vogels, dan zal deze eigenschap gaan domineren en zullen de vogels zonder schutkleur langzaam verdwijnen.

Sociaal Darwinisme

Darwin verwees in The Origin of Species af en toe nog naar God en hij sloot absoluut niet uit dat God enkele soorten op de aarde had neergepoot die dan spontaan waren beginnen evolueren. Atheïsme was in het Victoriaanse Engeland nog taboe. De Engelse burgerij leefde op min of meer goede voet met de aristocratie en de Kerk van Engeland.

In Duitsland waar Darwin’s geschriften grote furore maakte was de situatie heel erg anders. Daar werden de ideeën een instrument in handen van de nieuwe heersende klasse, de burgerij, de kapitaalbezitters, in haar klassenstrijd tegen de macht van de religie.[1] In het Darwinisme vond zij een uitstekende vrijgeleide om haar ideologie van concurrentie en individualisme te verdedigen. De grondlegger van dit ‘sociaal Darwinisme’, dat de leer van Darwin op de maatschappij toepast, was de filosoof Herbert Spencer. Hij vond dat de ‘strijd om het bestaan’ de maatschappij naar een hoger niveau tilde. De man was naast spoorwegingenieur, socioloog en redacteur bij The Economist ook notoir anti-socialist. Hij zei ooit: ‘Hoe erg ik de oorlog ook haat, ik haat het socialisme even erg, onder al zijn vormen.’ Hij zag evolutie als de evolutie van de homogene, starre maatschappij naar een heterogene maatschappij waar steeds meer differentiatie en specialisatie optreedt als gevolg van  arbeidsverdeling. Het ultieme utopia was dus een vrije kapitalistische markt met een perfecte arbeidsverdeling waar de staat slechts als nachtwaker zou optreden om mogelijke verstoring van het recht van de sterkste te vermijden. Laissez-faire was het credo en dit zou er toe leiden dat enkel de ‘sterkste’ mensen zouden overblijven. Dit zou dan uiteraard goed zijn voor de ontwikkeling van de perfecte, rationele mens. Zo ontwikkelde de maatschappij zich dus volgens Spencer, door natuurlijke selectie tussen individuen. Dit geloof is nog steeds wijdverbreid bij vele mensen. Kijk maar naar, The American Dream, die de illusie opwekt dat een man door hard werken overal kan geraken waar hij wil, of meer concreet: iedereen kan door hard werken stinkend rijk worden, dus rijkdom en ongelijkheid is gerechtvaardigd. Dit uit zich nu in het verzet van vele Amerikanen, vaak tegen de belangen van hun eigen klasse in, tegen een beperkte vorm van universele gezondheidszorg, omdat dit doelbewust ingaat tegen het geloof in de Amerikaanse droom. Zoals vaak met geloof is de realiteit anders en is de sociale mobiliteit erg beperkt in de Verenigde Staten.

Eugenetica

Het sociaal Darwinisme leidde op het einde van de 19e eeuw ook tot de ontwikkeling van de eugenetica die tot doel had het genetisch materiaal van de mens te veredelen om zo tot de perfecte, rationele mens te komen. ‘Biologisch gebrekkigen’ (onder die categorie vallen ook criminelen, prostituees, drugsverslaafden en andere sociaal onaangepasten) moesten gesteriliseerd worden opdat hun genetisch materiaal de mensheid niet zou ‘vervuilen’. Sociale problemen werden niet gezien als de verschrikkelijke uitbuiting en ongelijkheid die er heerste in die tijd in Europa, maar als de aard van bepaalde mensen. Zo berekende men dat een 83-jarige alcoholiste in totaal 894 nakomelingen zou krijgen waarvan: 67 crimineel recidivisten, 7 moordenaars, 181 prostituees, 142 bedelaars, 40 gekken, dus in totaal om en bij de 437 deviante elementen.

De nazi’s gingen uiteraard nog een stapje verder en gingen ook over tot de systematische euthanasie van asociale elementen en gehandicapten wat tot inspiratie leidde voor de Holocaust.

Deze akelige methodes roepen nu slechts onbegrip en afschuw op. Maar het sociaal Darwinisme leeft voor op een subtiele wijze. [2]

De wetenschap zal het wel oplossen

De wetenschap en vele hoge instanties verwachten erg veel van de genetica en neurobiologie, waar men ook sociale gedragingen tracht te verklaren aan de hand van neurologische processen in het lichaam. In het boek van de psychotherapeut Paul Verhaeghe ‘het einde van de psychotherapie’ toont hij aan dat de sociaal-economische realiteit een enorme invloed heeft op de aard en de omvang de van psychische problemen waar men mee worstelt. Tegelijk leeft bij vele mensen de consensus dat het allemaal biologisch-genetisch zal vastliggen. Hier speelt dan uiteraard de gezondheidsindustrie gretig op in met allerlei medicatie zoals viagra, antidepressiva om de mankementen te verhelpen. [3]

Biotechnologie als genetische manipulatie van gewassen moet het hongerprobleem in de wereld oplossen. Zo worden alle maatschappelijke problemen een technocratische kwestie die ‘de wetenschap’ wel zal oplossen, want de honger in Afrika zou te wijten zijn aan natuurrampen en het onvermogen van de Afrikanen zelf om een sterke economie op te bouwen. De rol van het grootgrondbezit, de overmatige vleesconsumptie in de geavanceerde kapitalistische samenlevingen, de monocultuur, de oneerlijke wereldhandel en een landbouwmodel dat gericht is op de meest koopkrachtige (export) vraag in plaats van op lokale behoeften, zijn allemaal vragen die niet gesteld zouden hoeven worden. Ook in de sector van de biotechnologie zien we vooral weer de aanwezigheid van het grootkapitaal dat boeren volledig afhankelijk van haar wil maken met patenten op zaaisel en pesticiden. Want genetisch gemanipulereerde organismen planten zich niet spontaan voort, waardoor dus boeren alles moeten gaan halen bij bedrijven als Monsanto. Technologie wordt dus zo een hulpmiddel bij de verdere uitbreiding van het kapitalisme, met alle nodige sociale en ecologische gevolgen.

Darwinisme en marxisme

We zagen reeds dat Anton Pannekoek schreef dat de evolutietheorie zo snel gemeengoed en wijdverbreid kon worden omdat het een rol kon spelen in de klassenstrijd en omdat het zo dicht bij de levenssfeer van de mensen stond.

Waar Darwin schreef over de evolutie van dieren, schreef Marx over de verandering van de maatschappijen. Marx neemt de mens en zijn productiemethoden centraal: “de ontwikkeling van de werktuigen van de technische hulpmiddelen,waarover de mensen beschikken, vormt dus de grondoorzaak, de drijfkracht van de gehele maatschappelijke ontwikkeling”, zo schreef Anton Pannekoek het. De ontwikkeling van de productiemethoden bepaalt de productieverhoudingen en die productieverhoudingen brengen automatisch klassenstrijd met zich mee. Het darwinisme bleek een instrument in de handen van de burgerij te zijn. Niet dat het darwinisme niet revolutionair was voor andere mensen. Het is de ultieme onttovering van de godsdienst. Maar voor marxisten is het kapitalisme geen eeuwig leven beschoren. De interne tegenstellingen van het kapitalisme zullen tot het socialisme leiden.

Ook Darwin zelf had absoluut geen hoge dunk van het sociaal darwinisme. Volgens Darwin was de natuurlijke selectie wel van toepassing bij de evolutie van de mensheid, maar ze deed dit niet door eliminatie van de ‘zwakkeren’. De evolutie van de mensheid is geen louter biologisch gegeven, maar ook evengoed een cultureel gegeven. De mens is een onvolgroeid wezen bij de geboorte en dus is opvoeding centraal bij het mens worden. In een beschaving werkt de natuurlijke selectie niet meer op het vlak van de organismen. Er is slechts een toename van sociale vaardigheden waar te nemen zoals solidariteit, empathie, altruïsme, dit in contrast met de invloed van het kapitalisme die de ontwikkeling van dat sociaal gedrag eerder belemmert. Er is dus een soort van omgekeerde natuurlijke selectie.

Voer voor discussie

Ik volg Darwin in zijn stelling dat de mens er evolutionair voordeel uit heeft gehaald om uit de harde ‘strijd van het bestaan’ te blijven en steeds meer samen te werken. Pleiten voor het recht van de sterkste, is meestal louter een soort van rechtvaardiging van de bestaande arbeidsverhoudingen.

Ik stel me wel de vraag of marxisten soms niet dezelfde fout maken als de sociaal Darwinisten. Kunnen we natuurwetten bepalen voor de geschiedenis van de mens? Kan men aan de hand van de geschiedenis, de toekomst voorspellen of is er geen doelmatigheid in de geschiedenis te bespeuren? Volgens de filosoof Karl Popper is het Marxisme niet weerlegbaar en daarom te verwerpen als pseudo-wetenschap. Het lijkt me interessant om in de discussie na te gaan of er wel degelijk toenemende sociale vaardigheden te bespeuren zijn bij de mensheid.

Ik denk niet dat we zo ver moeten gaan, maar ik denk wel dat het belangrijk is het verschil tussen de sociale wetenschappen en de exacte wetenschappen te behandelen. Bij de humane wetenschappen is de onderzoeker niet alleen toeschouwer, maar ook steeds deelnemer aangezien hij zelf een mens is. Marx had een vurige verontwaardiging en haat ten opzichte van het kapitalisme. Zijn wetenschappelijk socialisme kan dus nooit puur dezelfde objectiviteit hebben als de wetten van Keppler of zelfs de evolutietheorie. Dit moet ook niet, het positivisme is niet geschikt om de menselijke werkelijkheid te verklaren. Exacte wetenschappen beschrijven en voorspellen, sociale wetenschappen  trachten meer te begrijpen en voor dit begrip is de sociale context zeer belangrijk.

Denkers als Darwin en Marx toonden aan dat de sociale context veranderlijk is en daarom belangt dit volgens mij de arbeidsklasse aan. De mens is geen dier dat gebogen gaat onder de natuurwet van de natuurlijke selectie, integendeel doorheen de geschiedenis is vaak gebleken dat dit zelf contraproductief is. Andere samenlevingsvormen zijn mogelijk.

Deze discussie blijft ook actueel in het kader van het opkomende creationisme in de Verenigde Staten, maar zeker ook in de moslimwereld. Het geloven in de schepping wordt een teken van verzet tegen de ‘liberale’, decadente, seculiere maatschappij. In de Verenigde Staten vindt men de hardste vorm van kapitalisme, zonder verzorgingsstaat of sociale correcties. In zo’n maatschappij is de drang naar een almachtige, alwetende God groter dan in een menslievendere maatschappij. Religieuze leiders beseffen tevens hoe sterk de macht van godsdienst is om mensen achter zich te scharen. Zo mobiliseert christelijk rechts miljoenen stemmen bij de arbeidersklasse voor de republikeinen in de Verenigde Staten. Hoe moet de arbeidsklasse zich verhouden tegenover dit toenemende religieuze fundamentalisme? Is dit ook een bedreiging voor Europa?

We zagen bovendien ook dat volgens Spencer de strijd tussen individuen de motor van de maatschappij vormt en dat dit proces niet verstoord mag worden. Concurrentie heeft tijdens een kapitalisme enorme technologische vooruitgangen met zich meegebracht, maar is tevens vaak vernietigend voor de sociale vaardigheden van de mens. Ligt concurrentie in de aard van mens en is het essentieel voor de menselijke ontwikkeling? Zijn er hier alternatieven voorhanden?


[1] Marxisme en darwinisme door Anton Pannekoek

[2] Europeana, Fagel

[3] Eos, September 2009

Samenvatting discussie

Deze samenvaating werd aangenomen door de deelnemers op de discussiedag zelf

Een rijke discussie. Er is vooral aangedrongen op de band tussen het darwinisme en het marxisme.

Het darwinisme legde vooral de nadruk op de strijd voor het overleven en het marxisme op de klassenstrijd. Beide onderstrepen de dimensie van de evolutie, het darwinisme in het geval van de soorten, het marxisme in het geval van de maatschappij. De breuk met een onveranderlijke visie en de religie werd als een belangrijk punt aangehaald. Vandaag beklemtoont de bourgeoisie vooral het ‘atheïsme’ bij Darwin, maar gaat de dimensie uit de weg van de evolutie als een fundamenteel gegeven voor de menselijke evolutie. De mens bouwt zelf aan zijn eigen geschiedenis, het is een sociaal wezen dat in staat is om de zwakkeren in haar maatschappij te integreren. Als het socialisme wordt losgekoppeld van het historisch materialisme, van de theorie van de evolutie, vervalt het in een ethisch socialisme dat het socialisme predikt omdat het goed is en niet omdat het noodzakelijk is. Ook de rol van de wetenschap werd aangekaart en er werd gesteld dat de wetenschap niet boven de maatschappij staat maar er totaal deel van uitmaakt en heel dikwijls verbonden is met ideologieën. Ook het anarchisme baseert zich op een vorm van ethisch socialisme, dat een andere maatschappij eist op grond van absolute beginselen (gelijkheid, enz.).

Een persoonlijke indruk

(fragment uit correspondentie)

De discussie over Darwin was bijzonder interessant. Er zijn dingen gezegd die voor mij vrij nieuw en verhelderend waren. Bijv. over hoe de evolutietheorie een gevaar kan betekenen voor de bourgeoisie, omdat de evolutiegedachte de tijdelijkheid van het burgerlijk bestaan in vraag stelt, als die evolutiegedachte op de maatschappij wordt toegepast. Maar hoe gebeurt maatschappelijke evolutie? Iedereen leek het erover eens dat de biologische wetten hier niet op een directe wijze van toepassing zijn. Volgens mij hebben ze wel een invloed, maar de manier waarop bijv. genen tot expressie komen is zeer sterk afhankelijk van de maatschappelijke context. Ik vond het tevens interessant dat het verband werd gelegd tussen die evolutiegedachte en het reformisme en het ontstaan van het ethisch socialisme. Ook het feit dat de bourgeoisie bij de herdenking van Darwin alle nadruk legt op het anti-creationisme van Darwin en bijna geen op het sociaal-Darwinisme vond ik heel terecht opgemerkt. Op de universiteit is dat toch zeker van toepassing, terwijl het net daar is dat je kritiek verwacht, al blijft die burgerlijk van aard. Misschien is het net omdat de heersende klasse er enorme voordelen aan heeft dat ze de verwarring in stand houdt. Ik denk aan alle artikels en experimenten i.v.m. het bewijzen van de genetische aard van pedofilie, gewelddadigheid e.a. Het gebeurt op een heel subtiele wijze: artikels ontkennen niet dat de ‘omgeving’ (lees: ‘maatschappij’) een invloed heeft op ‘gedragskenmerken’ als gewelddadigheid, maar ze beperken zich tot de biologische kant van de zaak en bespreken amper deze ‘omgevingsinvloeden’, wat een sociaal-darwinistische visie bevordert. Mensen en andere dieren en planten worden zo gereduceerd tot onveranderlijke biologische mechanismen waaraan gesleuteld kan worden als aan machines. We kunnen hier gemakkelijk het verband zien met de kapitalistische ideologie die arbeiders niet als mensen ziet, maar als levensloze machines die moeten renderen. Biologisch ‘gebrekkigen’, zoals gehandicapten, ouderen en zelfs zwangere moeders zijn verlieslatend en kunnen maar beter ‘vermeden’ worden. We hoeven maar naar de vele abortusgevallen te kijken om te bemerken dat gehandicapten niet gewenst zijn door het kapitalisme. Naast het feit dat deze visie onethisch is, is ze ook niet wetenschappelijk. Biologische systemen zijn niet mechanistisch, als een keten van elkaar uitlokkende botsingen. Deze visie is deterministisch d.w.z. dat het hele verdere verloop van de biologische evolutie zou vaststaan en bijgevolg zou de evolutie bijna als iets statisch zijn, net als het middeleeuwse beeld van onveranderlijke soorten in een onveranderlijke wereld. Maar deze discussie is voor een andere keer. Ik geef jullie alvast een alinea (uit een cursus) die ik heel interessant vond voor wat betreft het determinisme in de natuur.

Quantumfysica

Ondertussen bleek dat de newtoniaanse mechanica haar bruikbaarheid verliest op het niveau van de atomen en subatomaire deeltjes.

Het gedrag van een elementair deeltjes bleek niet strikt afgeleid te kunnen worden vanuit een bekende begintoestand, hoogstens kan een statistische waarschijnlijkheid berekend worden. Een deeltje bleek ook geen deeltje in de klassieke betekenis, maar heeft een golfkarakter met een in principe onbegrensde uitgebreidheid.

De klassieke begrippen waarop de newtoniaanse natuurkunde steunde, moesten losgelaten worden. De energie bleek gequantiseerd en daardoor een zeker deeltjeskarakter te krijgen, terwijl aan de deeltjes een golfkarakter moest toegekend worden. In de jaren twintig van de twintigste eeuw werd zo door mensen als Niels Bohr, Werner Heisenberg; Erwin Schrödinger en anderen, de quantumtheorie ontwikkeld, die op adequate wijze de natuur op subatomair niveau beschrijft.

In de quantumfysica verliest de natuur haar deterministisch karakter. Wat we een deeltje noemen, wordt beschreven door een golffunctie, waarbij de golf de waarschijnlijkheid voorstelt van de aanwezigheid van het “deeltje” op een bepaalde plaats en bepaald tijdstip. Een welbepaalde positie kan dus niet aan het deeltje toegekend worden, hoogstens een spreiding in ruimte en tijd volgens een bepaald waarschijnlijkheidsverdeling. Wanneer een deeltje waargenomen wordt, verwerft het op dat moment, als gevolg van de interactie met de detector de plaats en de waarneembare eigenschappen die de waarnemer vaststelt.

Causaliteit (eenduidige oorzaak-gevolg-relaties) en localiteit (een systeem ondergaat alleen locale invloeden) kunnen niet gehandhaafd blijven. Deze nieuwe inzichten hebben een paradigma-wisseling op gang gezet, waarvan de diepere betekenis nog altijd onderwerp van discussie is.

Advertisements

Actions

Information

One response

21 01 2010
Wetenschap & techniek? « Discussiegroep Spartacus

[…] Darwinisme en Marxisme […]

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s




%d bloggers like this: