Milieu & Kapitalisme (oktober 2007)

2 02 2009

Volgende tekst verscheen in het studentenblad ‘De Moeial’ en was de inleiding voor een debat aan de VUB over de milieuproblematiek. Op het artikel volgt een verslag.

La proxima estación: Esperanza

Een jonge vrouw wordt wakker, ze heeft goed gefeest en haar
vriend ligt nog te slapen. Haar kleine kamer wordt amper verlicht
door de zonnestralen die door het smog boven de stad verhinderd
worden. Ze haalt de krant en leest wat ze al weet: het gaat slecht
met de wereld. De auto’s toeteren in de file, haar vriend wordt
wakker. Hij zet de radio aan; het nieuws van 10u: oorlog,
vervuiling, prostitutie, politieke spelletjes en sport.
Hij zucht diep en verandert van radiozender. ‘Het is te
vroeg voor dit nieuws’, zegt hij verontschuldigend. Maar de
berichten laten hem niet los. Hij is verward en begrijpt zijn wereld
niet. Hij begrijpt de vriendschap en de liefde die hij met zijn
vrienden deelt, maar kan zich de haatgevoelens tussen mensen
niet voorstellen. Hij vraagt zich af waarom er oorlogen zijn, hoe
de oorlog uitgevochten zou worden in zijn stad en door wie. Zou
hij iemand kunnen doden?
‘Pff, de wereld is wreed en wij moeten erin wonen. Wat
gaat er met ons gebeuren als het nu al zo erg is?’. Zijn vriendin
kijkt hem een beetje verbaasd aan, ‘Tja … ik weet het niet, soms
vraag ik me dat ook af.’. Ze kijkt naar buiten en zegt ‘Soms wens
ik dat we ergens anders zouden leven, waar het leven mooi is.
Maar dat is nergens meer; vluchten gaat enkel nog maar in mijn
dromen.’. Haar vriend houdt haar wang in zijn palm en streelt met
zijn andere hand haar hoofd. Hun voorhoofden raken, ze zoenen
en halen hun troost uit de liefde. Hun lichamen hebben enkel
aandacht voor elkaar; ze kijken, smaken, raken en ruiken elkaar.
Ze vrijen. Verheerlijkt van elkaar, bevredigd en zorgeloos liggen
ze naast elkaar. De omringende wereld was naar de achtergrond
verdwenen, er was enkel hij en zij. Ze horen de auto’s en
radiogeluiden niet meer.
Op de achtergrond speelt de radio:

Sometimes I dream about reality
Sometimes I feel so gone
Sometimes I dream about a wild wild world
Sometimes I feel so lonesome
Hey Bobby Marley.

Sing Something good to me
This world go crazy
It’s an emergency
Tonight I dream about fraternity
Sometimes I say: One day !
One day my dreams will be reality
Like Bobby said … to me
Hey Bobby Marley.

Sing Something good to me
This world go crazy
It’s an emergency
Tonight I watch through my window

And I can’t see no light
Tonight I watch through my window
And I can’t see no rights

Manu Chao – Mr. Bobby

Er is geen ontkomen aan, ze zijn zich bewust van de
wereld en diens zorgwekkende gezondheid verhoogt dat. Hun
toestand is nu onomkeerbaar, zoals een meisje een vrouw wordt
en hout in as verandert, op die natuurlijke wijze is de confrontatie
met hun wereld de enige levenswijze geworden. Ze moeten in
dialoog met de wereld, stellen de vragen die de wereld bij hen
doet oproepen en zoeken de antwoorden in haar geschiedenis.
Vanaf nu gingen ze niet meer dromen, maar hopen. Want een
ellendig leven zonder hoop, is een fatalistisch leven en daar zijn
ze te jong voor.
Wat hen het meest beangstigt is de toenemende
vernietiging van de natuur door vervuiling, de basis voor elk
bestaan wordt erdoor bedreigd. Dus ook het bestaan van de
nieuwe wereld die ze willen scheppen. Waarom wordt de wereld
vervuild en door wie? Ze spreken met veel mensen en gaan naar
debatten. Ze houden van de serieuze en diepgaande discussie. Ze
komen tot de volgende conclusies.

Mens en natuur

De mens verandert zijn omgeving sinds de dag dat hij geen dier
meer is. Al bij de vroegste beschavingen heeft de menselijke
activiteit gevolgen voor de natuur: de Ethïopiërs verbrandden hun
bos voor vruchtbaar land, de Griekse herders lieten hun schapen
overal grazen met als gevolg een dor landschap en het Romeinse
leger bouwde aquaducten en wegen die het landschap
veranderden. Dankzij de industriële revolutie wordt het mogelijk
om veel meer te produceren, de menselijke activiteit groeit
exponentieel en de lucht-, water- en grondvervuiling neemt ook
toe. We kunnen meer eten produceren dan we nodig hebben,
overal op de wereld zijn en in betere huizen wonen. Hoewel de
nieuwe technologieën onze levensstandaard drastisch verhogen,
vervuilt de industriële activiteit zoals we ze nu kennen nog steeds.
De ‘mens’ vervuilt dus altijd? De oorzaken voor de
vervuiling is de menselijke activiteit zelf? Dit geeft het koppel
een schuldgevoel ondanks hun goede bedoelingen. Ze wilden
absoluut niet de wereld vervuilen, maar het leek inherent te zijn
aan ‘de menselijke natuur’. Is de enige oplossing het herleiden van
elke menselijke activiteit tot het minimum, terug gaan naar een
oertijdperk?
Maar ze beseffen dat ze geen Ethïopiërs, Grieken of
Romeinen zijn en dat men nu weet wat de gevolgen zijn van zulke
ingrepen in de natuur. Eigenlijk zien ze in dat de mens verandert
en het mogelijk is om de verhouding tussen mens en aarde aan te
passen. Er zijn veel voorbeelden te noemen: hernieuwbare
energie, beter openbaar vervoer, hybride auto’s, duurzame
landbouw en bosbouw, enz. Waarom worden deze aanpassingen,
die mogelijk en noodzakelijk zijn voor de toekomst, niet
toegepast?

Verwoestende Productie

De relatie die de mens aangaat met de natuur, is de manier waarop
wij van haar grondstoffen andere producten maken, het is dus de
productiemethode. De huidige productiemethode is gebaseerd op
winst-maximalisatie – het kapitalisme. Ze houdt geen rekening
met de gevolgen die deze logica heeft voor de mens en de natuur.
Het is de manier van produceren, niet het produceren
zelf, die de oorzaak is van de vervuiling: de landbouw moet
goedkoper eten produceren om de concurrentie te overleven en is
genoodzaakt chemische stoffen te gebruiken; het is mogelijk om
hernieuwbare energie te produceren maar de rentabiliteit ligt lager
en de klant zou onafhankelijk kunnen worden; het gebruik van de
auto kan voor een groot deel vervangen worden door het openbaar
vervoer, maar de hele automobielsector verliest dan haar
inkomsten en de regering moet investeren. Anderzijds is het ook
mogelijk om mileuvriendelijkere auto’s te produceren, maar dit
wordt om dezelfde reden niet gedaan, om maar te zwijgen van de
verliezen in de petroleumsector.
Zij vinden nog vele andere voorbeelden, die bevestigen
dat de winstlogica haaks staat op de noden van de mens en zijn
toekomst bedreigt. Maar de concurrentie tussen landen ontketent
ook de oorlog. Een staat zal haar economische en strategische
belangen verdedigen en versterken met deze destructieve kracht.
Haar militaire ambities vereisen producten die de grootste schade
veroorzaken: atoombommen, kernenergie, chemische wapens,
straaljagers, bommentapijten, enz. Winst heeft hierbij minder
belang, ze is ondergeschikt aan de overwinnig en verwoesting; de
oorlogsmachine draait dan op volle toeren. Omdat de staten in
constante concurrentie staan hebben ze ook een militair arsenaal
opgebouwd dat nu zo groot is geworden dat de hele wereld
vernietigd kan worden. Ook hier is het kapitalisme met haar
concurrentie de oorzaak van destructie, menselijke ellende en
vervuiling.
De staat met haar politieke partijen kan de mensheid
niet uit deze crisis halen: ze werken per land en verdedigen haar
economische en strategische belangen. Er is een aanpak op
wereldvlak nodig, waarbij de mens en de natuur op de eerste
plaats staan. Sinds 1970 zijn er ‘akkoorden’ waarmee regeringen
overeenkomen om het milieuprobleem op te lossen; zonder
succes. Het falen van de protocols van Stockholm, Rio en Kyoto
is niet verwonderlijk als men de vorige punten beschouwt.
Het is duidelijk dat de politieke partijen die de staat
vertegenwoordigen, ook haar belangen zullen verdedigen. Ook de
groenen die louter lapmiddelen zoeken in de vorm van een streng
milieubeleid binnen een kapitalistische maatschappij vallen
hieronder. De staat probeert de ware oorzaak van de vervuiling en
de opwarming te verbergen en vervormen, zoals in ‘An
Inconvenient Truth’.
De media die onder toezicht staan van de overheid
graven nooit zo diep naar de wortels van het milieuprobleem. Wat
men als alternatieven voorstelt maskeert enkel het echte
probleem: 5 minuten het licht uit doen (dit geeft ons enkel
schuldgevoel, alsof licht gebruiken niet mag), de auto niet meer
gebruiken (we krijgen de keuze niet om een ecologische auto te
gebruiken en het openbaar vervoer verslechtert enkel) en we
zullen meer belastingen moeten betalen. Het is zelfs erger: wij
moeten minder verbruiken, meer betalen voor bioproducten en
andere ‘ecologische’ alternatieven omdat de staat en de rijke
bedrijfsleiders ons dit opleggen. Deze maatregelen helpen niet,
wij moeten onze levenskwaliteit en geest niet laten verzieken door
deze absurditeiten.
De mens is een creatief wezen, ze schept haar
omgeving. Het moet niet vernietigend te werk gaan zoals nu,
evenmin moet het ‘duurzaam’ leven. Dit betekent een
onveranderlijkheid in de toestand van natuur en mens. Als
scheppend wezen heeft de mens het potentieel om meren en
bossen aan te leggen, plant- en diervariëteiten te cultiveren.
Wanneer men verlost is van het kapitalisme en haar
produktiemethode zal de mens haar creatieve krachten tentoon
stellen en zal mens en natuur samen bloeien zoals nooit tevoren.
Hoe kunnen we de wereld dan bevrijden van deze
moordende en verwoestende crisis?

La proxima estación

‘En, wat nu?’ vroeg ze hem glimlachend en ongeduldig. Hij staart
in de verte en antwoordt: ‘We zijn ver geraakt omdat we het
probleem begrijpen, maar de wereld is enkel in onze hoofden
veranderd. Nu wordt het moeilijk; inizcht verkrijgen is nodig om
de gepaste acties te ondernemen maar dan moet men nog de moed
hebben om die acties te volbrengen.’ Aarzelend moedigt ze hem
aan met de volgende woorden: ‘We zijn samen, ik steun je, de
mensen die hopen steunen je zoals jij hen steunt en dat zal altijd
zo zijn. Samen zullen we er wel geraken, hé.’
Overladen met verantwoordelijkheid en een plicht staan
ze onbewegelijk. Ze hunkeren naar 1968, 1956 en 1917. Er waait
een sterke en frisse wind …
Zelf kunnen ze de wereld niet veranderen, er is een
massa nodig die bewust en georganiseerd de strijd aan gaat. Het
koppel behoort tot die klasse, elke dag wordt hun overtuiging
sterker. Zij zijn de toekomst, in hun ogen schijnt de hoop, zij zijn
het proletariaat die het kapitalisme verslaat.
De tijd tikt verder, de wereld wordt erger en de radio is
nooit stil gevallen:

Five to one, baby
One in five
No one here gets out alive, now
You get yours, baby
Ill get mine
Gonna make it, baby
If we try

The old get old
And the young get stronger
May take a week
And it may take longer
They got the guns
But we got the numbers
Gonna win, yeah
Were takin over
Come on!

Your ballroom days are over, baby
Night is drawing near
Shadows of the evening crawl across the years
Ya walk across the floor with a flower in your hand
Trying to tell me no one understands
Trade in your hours for a handful dimes
Gonna make it, baby, in our prime

Come together one more time
Get together one more time

Get together one more time
Get together, gotta, get together

The Doors – Five to One

Ecologie en Kapitalisme

Verslag disucussie 17 oktober

Het is een teken van hoop: een jonge generatie die zich vragen stelt bij de huidige wereldsituatie en die samen komt om te discussiëren in een open en eerlijke sfeer. Dit is het verslag van de discussie gehouden op 17 oktober 2007 over ecologie en kapitalisme. Hierbij worden de deelnemers bedankt voor hun aanwezigheid. Verder wordt De Moeial ook bedankt voor haar aanwezigheid, ondersteuning en de publicatie. Op de discussie kwamen volgende kwesties aan bod:

De oorzaken van het ecologieprobleem

Het ecologieprobleem wordt door verschillende ‘menselijke’ activiteiten veroorzaakt, de belangrijkste zijn

• de oorlog: atoombommen, verarmd uranium, explosieven, enorm olie verbruik in straaljagers, tapijtbommen, enz.
• de transportsector
• de productie (industrie)
• de consumptie

Het eerste deel van de discussie concentreerde zich rond het probleem van de overconsumptie. Waarom wordt er zoveel geconsumeerd? Waarom is consumptie vervuilend? Is de oplossing het consumptiegedrag aanpassen?
Dankzij de automatisatie en socialisatie van de productie kennen we een enorme overproductie. Er wordt elke dag eten gemaakt voor 12 miljard mensen, toch heeft maar een klein percentage van de wereld toegang tot deze abundantie. Enkel mensen met geld kunnen produkten kopen en hun basisbehoeften bevredigen. De overconsumptie is geconcentreerd in de sociale lagen met geld, de grote meerderheid van de mensen op deze wereld kan haar basisbehoeftes maar net vervullen. Wij leven met boterbergen en de capaciteit om de hele wereld te voeden, maar toch wordt dit niet gedaan en verhongeren 200 miljoen mensen per jaar. Het is een enorme verspilling van de productiemiddelen.
Waarom consumeren we zoveel terwijl de rest sterft? We worden elke dag overrompeld door bergen reclame. Deze hersenspoeling zorgt op zich al voor een mentale en ecologische vervuiling maar is nodig om de consumptie hoog te houden. Deze dient de producent in zijn verkoop, in zijn winstbejag.
Maar, kunnen we dan door reclame te ‘democratiseren’ de consumptie verminderen en redelijker maken; kunnen we zo onze economie tot zinnen brengen? Misschien verandert het de mentaliteit van de mensen, maar het verandert de productie van de goederen niet. Zolang er een winstlogica en overproductie bestaat zal er reclame zijn. Dit is haar bestaansreden zelf.
Kan de consument via een ‘groene mentaliteit’ of ‘boycot’ de productie van goederen veranderen? De vraag kan herformuleerd worden: welke rol heeft de consument in het productieproces? De consument kan enkel kopen wat hem is aangeboden. Ten tweede heeft de consument een beperkt budget en zal in tijden van nood toch het goedkopere produkt moeten kopen. De invloed van de consument is dus eigenlijk klein. De invloed van de producent op de consument is daarentegen enorm. Bijvoorbeeld: door het weghalen van de openbare trein- en busdiensten in Amerika in de jaren 30 kon Ford véél meer auto’s verkopen. Of nog: de autoconstructeurs kunnen al lang groene auto’s maken, maar de petroleumsector en de investeringen in de autofabrieken verhinderen dit.
De consument kan enkel kopen wat hem is aangeboden en kan het produktieproces niet doen afwijken van de winstlogica. Het is dus ook niet de schuld van de consument dat de wereld aan het aftakelen is. Waarom zouden we ons schuldig moeten voelen bij het gebruik van elektriciteit, water, auto’s, enz. Wij kunnen niet anders dan gebruiken wat ons is aangeboden. Het is duidelijk dat met acties als ‘5 minuten het licht uit doen’ en ‘bio’ produkten we de wereld ook niet zullen verbeteren. Toch kan het op de huidige manier niet verder. Volstaat het dan om het produktieproces te veranderen en hoe?
Tijdens het productieproces wordt geen rekening gehouden met de mens en natuur ondanks dat dit mogelijk is. Het product wordt ontworpen op basis van winst-maximalisatie, niet het bevredigen van de menselijke behoeften en de gezondheid van onze natuur. Er wordt zeker niet gedacht aan wat er met het product gebeurd na de consumptie (recyclage, onderhoud, ..) omdat de winst enkel wordt geboekt bij de aankoop. Producten worden zelfs ontwikkeld opdat er zo snel mogelijk een nieuw(er) product nodig is. Men zou ook op volgende manier kunnen denken: laten we produceren op een manier dat de consument zijn behoeftes kan vervullen en dat er rekening wordt gehouden met de natuur. Zo wordt het voor de producent en consument mogelijk om goed te leven. Dit strookt echter niet met de winst-logica, maar misschien kan de mentaliteit van producent en consument veranderd worden. We zouden dan enkel meer moeten betalen voor onze produkten. De oplossing is dan gewoon het produktieproces in handen brengen van goed bedoelde mensen. Waarom werkt dit niet?
Dit is in de geschiedenis al eerder gebeurd (fabrieken onder leiding van arbeiders), deze bedrijven gingen echter failliet aangezien ze toch minder winstgevend waren dan hun concurrenten. In tijden van armoede, zal men toch het goedkopere moeten kiezen. Deze goed bedoelde bedrijven leven enkel zolang mensen ruimte hebben in hun budget en dit is steeds minder het geval.
Het productieproces in handen nemen volstaat dus niet, men moet ook afstappen van de winstlogica, de huidige produktiemethode. Men moet naar een productiemethode die de menselijke behoefte bevredigd. Een menselijke behoefte is ook een gezonde natuurlijke omgeving. De winstlogica en de concurrentie liggen aan de basis van de ecologische problemen.
Voor dat de discussie verder ging naar hoe men naar deze productiemethode kan komen en wie dit moet doen werden nog enkele andere punten genoemd:

• Het ecologieprobleem is een globaal probleem en kan niet opgelost worden met behulp van staten. China wordt de grootste vervuiler van de wereld, terwijl ze in de Europese landen zich illusies maken over Kyoto. Een internationale aanpak is nodig. Hiermee kunnen we ook een einde brengen aan de oorlog.
• Wie heeft er voor gezorgd dat men zo veel met de auto moet rijden? De verkeerschaos die we ondervinden om naar het werk, huis of winkel te gaan bevordert niet onze levenswijze maar wel de winst voor auto- en brandstofproducenten.
• De discussie is belangrijk

Een Alternatief

Ten eerste moet gezegd worden dat deze discussie nodig is om te weten wat de oorzaken zijn van onze huidige problemen. Enkel door die oorzaken te ontmaskeren is het mogelijk om een werkelijk alternatief te formuleren. Naast de discussie is er ook de actie, er werd een oproep gedaan tot engagement (voor meer informatie werd vermeld naar de websites: www.internationalisme.org en www.socialisme.be).
Uit de vorige punten kan men dus stellen dat het alternatief volgende kenmerken zal moeten hebben:

• Een fundamentele verandering van produktiemethode: het winstbejag veroorzaakt een overproduktie die enkel wordt geconsumeerd worden door een minderheid met geld. De winst gaat daarbij naar een nog kleiner percentage van de wereldbevolking. Enkel een verandering in produktiemethode kan ervoor zorgen dat goederen worden geproduceerd op een menselijke manier.
• Enkel een systeem dat rekening houdt met haar medemens kan het ecologie en oorlogsprobleem oplossen. Het ecologieprobleem is een globaal probleem en we moeten globaal overeenkomen. Zolang er concurrentie om kapitaal tussen staten bestaat is het ecologieprobleem onoplosbaar. We leven allemaal samen op deze planeet, we zijn allen mensen en we hebben allen dezelfde behoeftes. Waarom zouden we elkaar vergiftigen en uitmoorden? Waarom zijn er staten (naties) die de mensen verdelen? Waarom zijn er nationaliteiten?

Het laatste punt is een deel van de volgende discussie. De aanwezigen vroegen om een discussie over de staat en nationaliteit. Wie ben ik en wie is de staat? Deze zal waarschijnlijk op woensdag 7 november om 19u in de K4 gehouden worden.

Advertisements

Actions

Information

One response

18 10 2009
Duurzame ontwikkeling? « Discussiegroep Spartacus

[…] De Vlam – La proxima estacion: Esperanza […]

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s




%d bloggers like this: